Lieve Jeanne!

Daar ik van avond een rustig avondje
heb zoo zet ik mij eens neder om
u eenige woordjes te schrijven.
Met leedwezen vernam ik gij zoo
tobde met uwe lieve jongentje. ik
kan mij zoo begrijpen hoe angstig
gij u beide zult gemaakt hebben.
want al gaf het nog geen dadelijke
zorg, zoo kan men niet nalaten
zich spoedig ongerust te maken, wan
neer zulke kleine schepseltjes iets schelen
en gij zat zoo zonder kindermeis, alles
kwam zoo te zamen. daar wij nu
in eenige tijd niets gehoord hebben.
zoo vleije ik mij het beter gaat.
ik weet zoo van bij ondervinding
wat het zegt angst voor lieve kinderen
te hebben. mijne lieve kindje is mij
nog zoo een gemis. en alhoewel haar
bezit zoo kort was. zoo geeft het mij
nog zoo een leegte in mijne gedachten.
gelukkig zijn mijne twee andere
gezond. zulke aardige lieve mannetjes
die ons zoo veel vroijlijktegeven. zij worden
nu al zoo aardig. en kunnen zoo
aardig met hun beiden spelen.
veel reden van dankbaarheid. wanneer
zij gezond en vroijk zijn. ik hoor
ook zoo veel liefs van u beide
meisjes gaarne zag ik ze eens. Met
dit koude weder zullen zij net als
bij ons wel in huis blijven. welk
een guur weder. ik zag van avond
in de courant er bij zulk een stoem
is geweest, er in het bosch boomen
zijn ontworteld. hier is het harde
wind nog geen erge storm ik ben
ook in lang niet uit geweest, daar
ik ook nog al eens hinder van
koude heb en wacht nu maar op
zachter weder. Gerard is wel beter
dan heeft nu weder wat kiespijn
kan er ook maar niet afkomen,
Del Court houdt zich goed. het had
hem genoegen gedaan u allen eens
weder te zien. bij Ascanius is het lang
sukkelen geweest. die goede Truitje ik
had zulk een medelijden met haar
het schijnt toch nu iets vooruit te
gaan. wat is het nu al lang, Sophietje
schijnt een beelderig kindje te zijn
gelukkig zij zoo wel is en zij
daar zoo niets geen zorg mede hebben.
wij hebben zulke aardige briefjes van
Kees en Johanna gekregen. van Mie
heb ik nog al goede tijding gekregen
zij schijnt nu wel weder wat beter
te worden, maar heeft ook zoo gesukke....
ik denk zij in Mei hier wat .....
logeren. regt aangenaam vind ....
bij Jaap is alles wel. gisteren zijn
zij hier geweest met Keetje die nu
goed begint aan te komen, wij zien
hun nu nog al eens dikwijls, dat
mij veel genoegen doet zoo digt bij
elkander. nieuws kan ik u van kees
niet melden dat u zal interresseren
ook gaan wij haast niet uit. wij
zijn hiertoe natuurlijk niet vrolijk
gestemd en passeren meest onze daagen
huisselijk Tante E. zien wij nog al veel.
door de tuin. van morgen heeft
zij hier koffij gedronken met de ijssel
door de tuin gekomen. zij is dodelijk
van onze Henri en Albert. die ook zoo veel
van haar houden. Nu lieve Jeanne
mijn papier is vol. veel liefs aan Jan en zoentje
aan uwe lieve kindertjes veele groeten van
dc eb Gerard. gij moet eens aan Agemie
zeggen zij mij geheel schijnt te vergeten
comp: aan haar ook uwe Mama en broers
adieu
1858
Elisabeth Anna Petronella  delCourt - van Sypesteyn
Lieve Jeanne! ik wil niet
dat gij onwetende zijt, van
de droevige toestand van
delCourt. ik vrees zeer dat
gij reeds spoedig de tijding
van zijn overlijden zal
ontvangen. het was mij
echter behoefte door een
woordje u te melden hoe
het was. sints zes weken
zoo wat onpresent. de laatste
dagen zijn echter zeer
kalm en zijn einde zal dit
zeker ook zijn ik ben diep
bedroefd. wij hebben zoo
lang te zamen getobt aan
zijne ongesteldheid vergeef
mij mijne hartheid en
geloof mij steeds uwe
bedroefde zuster
Anna del Court
van Sijpesteijn



1884
Pieter Samuel van Wickevoort Crommelin
1765-1853
Amice! Minsaam dank voor uwe informatie aangaande
de affaire van mijn k...je Wouter de Vlaming, dezelve in vereene-
ging met die van den Heer Krieken overwogen, heb ik geen ogenblik
geaarzeld om een langer verlof te vragen, toen hij voor bijkans
drie maanden tot mij kwam, was hij  gedurende eenige weken
zeer ongesteld van wegen een ongemak aan 't been, en schoon
daar van noch niet hersteld zijnde, gevoeld hij steeds met nog
de hoge gunste, welke hij genoten heeft, en zal alzo zorg dragen
van binnen den bepaalde tijd bij zijn Corps te Bergen op Zoom
aanwezig te zijn
Uw Zuster Catotje, dat goede meisje, blijft noch maar sukkelen,
Zij was j.l zomer ten onzent bijzonder wel, volgens de jongste tijding
voede men eenige hoop op herstelling, en dit wenschen wij hartelijk,
ten einde haarE. en ook noch een tweede Zuster in den aanstaande
zomer terug te mogen zien, zo als zulks met mijne Dochters afge-
sproken is.
Naar minsame groete bet...ig ik steeds te zijn
uwe toegenegen oom
p.s. Crommelin

Leijden
27 Januarij 1845
Amice! Ik dank u minsaam voor de aan mij ingezonde stuk-
en, waar van ik gebruik gmaaakt heb, en daarbij de aan mij
gedane opgave, zo veel die mooglijk was, heb ingevuld, hartelijk
wenschende, dat een en amder mag voldoende bevonden worden
om den zo diep ongelukkige weduwe met haar huisgezin uit
den nood te kunnen redden,  intusschen  zo noch iets daar
aan mogt ontbreken, en daaromtrent eenige informatie zoud
kunnen geven zal ik onmiddelijk daar aan voldoen

PS.
Crommelin

Leyden
6 april
1846
Mon cher Jean!

Avec bien du plaisir j'appris par votre aimable lettre
que vous vous portez bien, et vous plaiset dans votre
nouvelle carrière. J'espère mon cher ami que vous vous rendrez
digne en tout sens. de l"epaulette que vous portez, et que
notre bonne mère n èprouverer que  du plaisir de vous,
cela sera un beau... au.. ...... quelle doit endurer.
Elle se trouve a prèsent à Haarlem, et à ce que Tante PH:
m 'écrit  elle doit avoir une jolie maison à Rotterdam
tout prêt de votre Tante Ruijsch. J 'aurais bien .... que
vous enssiez eté placé dans nos environs alors nous
nous aurions vu souvent n'est ce pas! Je n'ai rien appris
de Hazebroek depuis Peutêtre alors il a été chez nous
... J'ai appris après qu'il à été malade du froid
Van Oijen la reconduit à Etten avec Sprenger et lui
à donné la une voiture comme il .... retour
nez avec le fils de Mons: Evers mais il ne l'avoit
pas attendre, encore avant de le faire partir, V: O:
lui ..donné un verre de punch. apris il à  écrit
à sa mère qu'il avait été malada de froid. C'est une
poule mouillée*. Je lui en n...ansse car nous avons
fait ce que nous pouvions, et puis apris c'est comme
nous ne lui avons pas donné tant et une ...

*bangerd, lafaard, schijtert
pour le reconduire à Breda ... ... joliment de
l'argent. dat zal een koud officiertje zijn ik hoop voor
hem er dan niet veel      moeten zullen ondernomen
worden tegen den winter. of hij moet maar bij moe-
der te huis gaan zitten. Oom van Oijen is hard ziek
geweest van de griep hij heeft vier weken te huis
gezeten. ik heb het ook gehad en ben nu weder
zoo verkouden. ik hoop van harte beste Jan de
verplaatsing van U vader tot U aller geluk zal zijn
en U goede moeder nu weder wat gelukkiger zal
worden, want de ziel is diep ongelukkig en hoop
beste jongen gij u goed zult houden want gij zijt
nu op u zelve, en neem u toch een ding voor nooit
geen schulden te maken, en order op u zaken te
hebben en economisch te leven. want wat over te
houden is goed, want men kan nooit vooruit weten
hoe men het nodig heeft. Dit is een raad beste
jongen uit grond van mijn hrt, en als ik niet
veel van u hield zoude ik zwijgen. Nieuws is hier
niet wij maken ons weder gereed met den 1ste April
te vertrekken waar ik niet rauwig om ben want
het is hier B-----  cantonnments term, dat gij
in't kamp te Sprang ook wel gehoort zult hebben
met April gaan wij naar Haarlem en hope dan U
Moeder noch te zien. Adieu beste jongen compl-
ment van oom. ik zoude vergeeten U te melden
de schoone Annemie ons op staande voet in decem-
ber verlaten heeft Zij had ons zoo slegt behandeld
met kwaad spreeken dat ik haar op staande voet
heb laten verkassen. Gij zoudt nooit meer tegen haar
spreeken als gij de beestachtig heden wist die zij
verteld heeft. Adieu beste jongen geloof mij altoos
U toegenegen Tante
Annette.

OudenBosch 23 Maart 1837





Annette Drijvesteijn was gehuwd aan van Oijen en deze
brief is geschreven toen HeD in de cantonnement*
haar man gevolgd was
JWvanSijpesteijn

* legerkamp
Beste Jan!

Met genoegen heb ik
vernomen u vrouw
en kinderen uit de vreem
de landen terug zijt en ver-
heug mij daar in. daar gij
jan nu eens degelijk aan
mij kunt zeggen wat het
is, en of gij bezwaar in
Ascanius vind, en in de
kideren en of men die kin
deren met het een of ander
speelgoed genoegen zouden
doen. antwoord nu eens
dadelijk (die pen niet wilt
best schrijven)      Jan voor
donderdag ochtend een brief
aan mij want gaa dan
naar rooswijk als gerard
wel blijft. Nader een lange
brief. Nu is het maar een
prul  brief slechte pennen
schlegte ink en papier niet
anders het laaste verzoek
ik U mij te voorzien.zoo
als    te            met
eet gij zult mij
er een dienst mede  doen
en breng
het      zelf
als was het morgen
dan ben ik noch te huis
adieu beste Jan U liefheb:
Tante A Van Oijen
23 sept
als ik er niet ben zult gij    
beste               zijn      
kom  eens over  Mie
en vHasselt zijn er ook
Lieve Jan, hiernevens eene afteekening van
het wapen dat gij mij gezonden hebt. het is dat
van Prins Maurits wiens broeders Philip-
-Willem, en frederik Hendrik hetzelfde voerden,
doch volgens het jaartal is het is het van Maurits
wat de letters
G. M. aangaat hiervan is
de bedoeling mij onbekend. ook begrijp ik
niet wat de
baze die uw met stipjes hebt
aangeteekend beduid, en ook niet hoe men
op het wapen de leeuw boven aan de linker
zijde en onder het surtout ter regter zijde en de
faces naast het surtout ter linker zijde en onder
aan de regter zijde onder die baze kan zien.
Ik zeg
baze omdat eene baze loopt van boven
de linkerzijde naar beneden de regter
zijde en eene
baude juist anders om van
boven de regter zijde naar beneden de
linkerzijde.
Ik hoop dt ik hiermede aan uw verlangen
heb voldaan.
Nu een woordje over I---- bij mijn laatste
sejour te Haarlem heb ik haar niet veel
gezien, en die reisen dat ik haaar zag, vond
ik dat wanneer men over u sprak zij zich
volkomen onverschillig toonde. ik ge-
loof dus dat zij werkelijk uw uit haar hoofd en
hard gezet heeft. volgens hetgeen ik verno-
men heb, moet zij zich in de kermisweek
al zeer coquet gedragen hebben, zoo dat
zij door hare ouders hierover zeer streng
gereprimandeerd is. Het moet met een
officier geweest zijn. wiens naam ik mij
niet herinner, maar die ik wel bij mijn
zwager gezien heb. welligt weet gij dit
reeds door Jaap of de Zusters, doch ik wil
mij liever niet met die zaken inlaten, om
alle onaangenaamheden met van Lennep
te vermijden: Na al het gebeurde is het
volgende mijne opinie: dat zij
U niet
meer
genegen is, ten minste geen
liefde hoegenaamd meer voor U
gevoeld, dat haar geheele handelswijze
jegens U, naar mijn inzien zeer on
behoorlijk is, en dat wanneer zij in der
daad coquette is, zij u zoude gebruiken
als een speelbal en u voor de gek zoude
houden. Ik raad u dus van haar geheel
uit uw hoofd te stellen en u van eene
liefde te ontdoen, die, naar mijn ideé, u
nimmer gelukkig zoude maken.
Er zijn nog meer knappe, lieve, rijke
meisjes en de gelegenheid zal zich wel
opdoen dezelve te ontmoeten; maar in
gemoede, moet ik afraden langer u
met die freule optehouden, want zij
dupeerd u stellig.
Zie daar dan mijne opinie, waarde vriend,
en ik ben zeker dat U later zult ondervin
-den dat gij geen groot verlies gedaan
hebt met haar te moeten misschen.
Vaartwel vriend lief, ik hoop u spoedig
eens hier te zien en omhels u intusschen
in gedachten. adieu Fav. AS

zondag.
Lieve Jan, ik heb uw nota omtrend onze
kwartieren, of beter gezegd de uwe wel ontvangen
bij de inzage van hetzelve heb ik vermoed
dat daarin een abuis bestaat niet in de kwartieren
van Sijpesteijn maar in die van Druijvesteijn.
Is uwe nota conform met mijne indertijd
gegevene opgave dan heb ik er denkelijk abuis
in gehad, doch daaromtrend heb ik nog eenige
twijffel daar ik onder anderen de famile van
den
Bergh niet in de kwartieren van Druivesteijn
vind die toch de grootmoeder van mijne
schoonvader Druijvesteijn was en er dus nood
wendig in moest zijn. hare moeder was Teijlingen
en diens moeder was de Nuijs.. maar ik kan
u voor het ogenblik geene nadere juiste op-
gave doen, daar al mijne famille papieren
en genealogische stukken nog in kisten zijn
gepakt en aan de werf berustende zijn omdat
ik geen plaats had dezelve te bergen en bang was
dat dezelve door de vocht hierbuiten zouden
bederven. Ik zal u echter, hoop ik, spoedig
dde noodige opgave doen geworden met alle
uwe papieren, waarbij ik eene accurate
inventaris gemaakt heb. en een afschrift
voor mij, om bij onse famille papieren te
voegen.
Intusschen moet gij maar niet voortgaan met
de kwartieren van Druijvesteijn te teekenen, het
zoude mij veel leed doen indien gij die allemaal
had geteekend, dar er zeker een abuis in is,
zoo spoedig mogelijk al ik u de noodige
opgaven allemaal toezenden met de manke
rende wapens.
Kee blijft nog altoos sukkelen, maar zij
wordt echter als beter, ik voor mij geloof dat
wanneer het saisoen toeliet dan zij eens naar
Haarlem of elders konde gaan logeren, zij spoedig
geheel hersteld zoude zijn; maar de tegen
woordige koude, en de weinige conversatie
die wij nu hier kunnen hebben, zijn niet
geschikt om haar herstel te bevorderen,
zij ziet er inderdaad goed uit, maar zoo als
gij weet, is zij niet zeer opgeruimd van
humeur en ik ben zeker dat wanneer een
van de andere zusters zoodanig waren, zij
spoedig volmaakt wel zouden zijn; maar wij
moeten maar geduld. hebben en hoopen dat het
voorjaar haar geheel zal herstellen, waar
voor ik wel hoop heb, daar haar tong, de
groote kwaal die hr altoos geplaagd
heeft, volmaakt goed is; wij zouden reeds
lang allen naar Haarlem gegaan zijn,
maar hare ongesteldheid heeft zulks tot
heden verhinderd.
Het is mij een bijzonder genoegen steeds
te vernemen dat gij in uwe nieuwe
standplaaats te vrede zijt, trouwens heb ik
daar niet aan getwijffeld, ik hoop van ganscher
harte dat het u daar ten allen tijden goed zal
bevallen, en hoop wanneer het water weder
open is, u eens per stoomboot hier te zien en
u hartelijk te omhelsen.
Wanneer gij de generaals Hower of Meijer eens
ziet, maak hen dan mijne hartelijke compli
menten, de eerste heb ik veele jaren geleden
dikwijls te Haarlem ontmoed, toen hij bij
Koning Lodewijk geplaatst was, ik heb nog
van hem een portretje gegraveerd, van dien
koning gekregen, dat sprekend leek. de tweede
heb ik laatstelijk op de condoleansie audientie
bij den Koning in den Haag ontmoed en her
kende mij dadelijk.
Nu lieve vriend, groet alle vrienden voor
mij; ook de Heeren de Bruijn, wanneer gij
die mogt zien, vergeet vooral de Nichten
Morrees niet, en herinner hen eens aan
vroegere tijden dat ik op Eemlust van beide
kanten mede deed om door anderen aan haarEd
en door haarED.n van andren niches te doen wien
ze gedaan wierden waar mij om het even, ik had
er veel genoegen in, en ik herinner nog steeds
de vriendschap die zij mij steeds toonden en ben
nu zeer dankbaar voor de vriendschap die zij
u tegenwoordig bewijzen, wanneer gij hen
mogt zien vergeet dan niet mij in aan-
denken aantebevelen en te bedanken, uit mijne
naam voor de vriendschap die zij u bewijzen
Mama schrijft u over den dood van Oom
van Lennep te Amsterdam, daarom zal ik
daaromtrend maar niets meer zeggen dan
dat het mij zeer leed doet. het was een zeer
goed mensch, altoos even hartelijk en vriendelijk
maar hij is dezelfde weg gegaan die wij nog allen
zullen moeten volgen, ik dacht niet dat
hij al over de 71 jaren was, hij was noch
altoos een soort van een fatje op zijn toilet.
Nu lieve jan, zal ik dese besluiten, met
u heil, voorspoed, geluk in een woord
alles goeds te wenschen.
Vergeef mij het slechte schrift, maar het is zulk
dun papier van Cannongette dat ik er
niet dan zeer moeijelijk op schrijf.
Ontvang met mijne omhelzingen de
verzekering van mijne tedere liefde voor
u, en geloof mij steeds uw zeer bemin-
nende papa CAvanSijpesteijn

Rotterdam 13 februarij 1838
Haarlem 1 december 1843.

Waarde neef en Vriend, Ach hemel al weder een brief
al weder werk, dat ik zeg f lastig, Oompie, hadde ik he
maar niet met hem aangelegen, ja jongske gij zit in het
schuitje, en gij moet dee keer nog eens mede vaaren;
Weet dan 1ste dat ik u mijne hartelijke dank brengen, voor
de bezorging van het stuk der Staats Secretarij mij gemeld
bij uweEd schrijven van 29. der 1ste ... dn 20 sints ontving
van de Heer J. Vernhout de hierbij gaande missieve sub
LA. met retour van een bewijs, mij door zijne Ex: de Minister
Verstolk van Soelen afgegeven, doch waaraan gij bemerken
zulk dat volgens zijne Ex: schrijven, zekere datum Junij
1807 ontbreekt; om daaar nu een redres te bekomen hebbe
ik gemeend, de hierbij gaande missive aan de Heer
Verstolk te moeten expedieren, leest dezelven overtuigde
U van mijnen gevoelens en wat mijn verlangen is, .....
het bewijs in de brief van Z:Ed op, en dan, Jan baas, zoude
gij mij meer dan verplichten U in persoon bij zijne Ex aan
te melden, zijne Ed met de nodige hoflijke onderdanigheijd,
voor mij te willen gaan compimenteren, en zijn Ed mijn
verzoek vriendelijk mededelen, ik voege hier stukL..
bij de missive van zijn Ed ten gelijde van het bewijs zelve
waaruit U zult kunnen ontwaren hoedanig mijn gevoe
lens waren, ziet daar U geheel aufait van mijn, ge
voelen, mijn verlangen en mijn handelen; bekomt
Ued ... vertrek volgens mijn en de-- Vernhouts ver
-langen zoo geeft het zijn Ed over en beveel ik mijn zaak
uit mijn naam nog eens ten ...... an, verlangt
zijn Ed echter, of keurt hij het beter, ik ben steeds berijd
één en ander onder eede te bevestigen. want het is de
waarachtige waarheijd, ik voeg hier ook bij nog eenen eij-
genhandige brief van Uwen vader lees dezelve en maakt
daarvan gebruik des noods bij beijde Clienten voor zoo
het tweede gedeelte aangaat tot en met den parentese
het overige zult gij zien sticht niet; doet nu Uwe
zaken eens best goed voor Uwe Oom af, bewaard mij
alle de stukken, en zeer zeker gij mij verplichte mij eens
berigt te geven, zendt het mij, zoo ik zulks aan ....
voor tussen komst vaan het Gouvernement van N.H.
Indien dit aalles goeed afloopt, hope ik, dat de Heilige
St. Nicolaa u in ruime mate zijne zegen toezende
verwagt dien zegen echter niet van mij. Maar geloof
mij steeds tot alle wederdienstten bereijd, Uwe famille
is wel dit wete ik alhoewel ik weder te huis zit en
sints grote 14 dgen maar niet best op mijn verhaal kan
komen, vermoeijenissen, bemoeijenissen, genoegens, ver
driet enz hebben dadelijk eene bijzondere uitwerking
op mijn gestel; Nu mijn Vriend het gaa U wel en blijft
mij steeds opregt geloven  Uwe steeds toegenegen Oom
J.W. Druijvesteijn
P.S. wat zegt gij wel van onze
Riet, die zal het wel ... hebben?

P.S. denkt om het bewijs in den brief van Verstolk
te doen.
Mijn dienststaaat van L.D.
Haarlem  23 november 1843
Waarde Neef, veel geachte Vriend

Het heeft mij leed gedaaan, gisteren niet meerder
tijd te hebben gehad, om u het pakje van uwen broeder Jacob
niet in persoon te hebben kunnen overhandigen, dan dit
genoegen had veroorzaakt, ik eerst met den wagen van zes
uur had kunnen vertrekken, dus vriend, gij zult niet kwa
lijk nemen, ik, die drie uuren. langer vertoef, waarin ik
niets meer der te doen had, niet voor u hebben opgeofferd.
ik hope dus echter aan u het zeker goed geworden zal zijn.
ik beval het ten overvloede nog aan een der kapiteijns van uw
wapen, die u best goed kende bijzonder aan.
Nu in deze echter, amice, tot een geheel ander zijde
strekkende, namenlijk of gij mij eene dienst zoude willen
doen; nadat ik dacht, gisteren mijn zaken à ...  best en
in orde te hebben afgedaan, zoo ontving ik reeds deze morgen,
de .... bij gaande brief, waarop ik mij alhier
ter griffie der regtbank begaf, om konde het zijn iets te be
komen hetgeen mijn ontslag als griffier van het vredegeregt
canton
canton Bloemendaal zoude kunnen staven, dan point
... ..., en ik wierd verwezen, ( een natuurlijk gevolg
van accurate werkzaamheden), naar de Staats Secre
tarij, ja dat weet ik ook, maar het is maar meer dan
lastig, zoude gij ... de moeite wel willen getroosten,
om te trachten, copy van mijn ontslag in dito 3 april 1825,
te willen ligten en hetzelven aan de heer Vernhout contro
leur; aan het ministerie van financien, in persoon uit
mijne naam, te willen overhandigen; gij zult weten dat
de Straats Secretarij is op het binnenhof ingaande en uit
ziende over het buitenhof, lopen er eenige kosten op
Jan baas, trekt per.... zoo gij wilt, anders rembours
..... ik u sulks bij gelegenheid; .... gij niet, ... zenden
mij de brief terug en dan zal ik de gevorderde verklaring
onder Eede afleggen;     ik ben heden middag nog bij uwen
moeder geweest aldaar was alles wel en zij groeten u allen,
aangenaam zal het mij zijn eenig berigt van u te mogen
erlangen, ja zelfs dan wanneer gij gelukkig geslaaagt
zult zijn, mij steeds tot wederdienst bereijd van ...
en mij in de voorduring uwer vriendschaap te hebben aan
bevolen noem ik mij steeds
uw toegenegen vriend oom
JW Drijvesteijn
Haarlem 24 mei 1846
Waarde Vriend, ik hoop gij zult nog hebben mijne vorige
om daaarin te kunnen nagaan wat ik U verzocht op te willen
nemen en zegge U dank voor de moeite bij goede wil inge
spannen, maar ik vrees dat ik daartoe, juist de kermis
tijd uit kiezende een zeer verkeerd epoque hebben bepaald
want het mij toegezonden stuk is lang miet het geen ik ver
langde en U er zich overtuigen zult, bij nadere lectuur, dit stuk
is mij van gene waaarde daar zulks zoo voor de heer Rookmaker
nog mij  geene waarde heeft: dan mijne vraag was dezen.
met alle andere deelgenoten heeft ons wachtgeld ...
1843
opgehouden en zijn met 1844 gepensioneerd; dadelijk na
den ontvang nu, van dat besluit in
1844 hebbe ik mij ge-
adresserd met het verzoek dat aan de Heer Rookmaker
= volmagt mogt verleend worden, om op vertoning mijner .iche
= de vita, bij den administrateur van 's Rijks schatkist te Amsterdam
= mijn pensioenfonds te ontvangen, en dit is iets geheel af
gezonderd van hetwelk ik ontving, hetgeen eijgenlijk voor
geen ander eenig belang heeft. Nu zit er toch wel iets op,
waarom men bij finantie een stuk van 1845. en niet van 1844. heeft
gegeven, behoord het verlenen van volmagt of procuratie? ook
bij Pensioenen zelfs te huis, zoo dit zoo mogt zijn oh! Jan baas
laat ik U dan nog eens in één of ander geval lastig mogen
vallen, want ik bekwaam gaarne dat stuk; en de ge
noegens van de kermis laat gij lieden nu over aan de lieve
poujeraars, ik zal mij steeds tot wederdienst bereijd vinden
Het begint gode zij gedankt tegenwoordig met mij te avan
ceeren, Gracias aan de inwrijvingen met Conja..n zout wordt
het rheumatiek beter, en laat mij soms toe van het mooie
weder te profiteren. Nu het is ook lang genoeg.
Ascanius die aan keelpijn souffreerde begint te beteren ik
heb heden zijn visite gehad, en ant en Mie zijn naar buiten naar
de Heer Enschede vertrokken ik hope dat dit goede uitwerking
voor Mie zal hebben en uwe moeder daardoor eenig sints ont
last al worden vam zorgen en angsten.
Bijzonder nieuws is hier niet alles gaat zoo zijn oude sleur
saaai, saai. Nu mijn vriend groete ik U in de hoop dat ik
U niet te lang en te lastig zal beziggehouden hebben en
gelooft mij steeds Uwetoegenegen Oom J.W. Druijvesteijn
Waarde neef

Op uitnodiging van jonk. van Rappert  sec Generaal
bij het Dep van Oorlog neem ik de vrijheid uw
den rol toe te zenden met verzoek hem dezelve bij
uwe komst te s gravenhage wel te willen ter
hand stellen
De toestand van uwe Grootmoeder is aller treurigst.
Aan herstel schijnt niet verder te denken dus
is haar uit einde spoedig  te voor zien, het zal een
groot verlies voor uw alle maar voornamelijk ook
voor Uw Tante Betje.wezen
Groet Uw Moeder, zusters Broeders en verdere betrekkingen
en geloof mij
Uwliefh. Oom
WPBarnaart van Bergen

V. 21/11 46
feliciteer uw broeder wegens de vervuling van zijn
verlangen van ons   Moet hij reeds spoedig weg zo
ver zal hij in de eerste tijd geen koude meer lijden
hijj kan zijn schaatsen wel in beleening geven
(Frans Alexander van Rappard

Petronella Catharina van Wickevoort
Crommelin 1764 - 1846)
Van Rappard was een zoon van Carel Paul George ridder van
Rappard en van Maria Anna van der Hoop. Van Rappard begon
in 1808 zijn loopbaan bij het landdrostambt van Utrecht. Vanaf
1814 werkte hij vervolgens bij het departement van Oorlog,
waarvan hij van 1842 tot 1860 het ambt van secretaris-generaal
vervulde[1] en daarna raadadviseur was.
Haarlem den 13 September 1853

Hoogwelgeboren Heer!

Bijzonder aangenaam was mij uit uwe geeerde
uw vriendelijk voorstel te vernemen. Volgaarne zal ik
vn die geschikte gelegenheid gebruik maken. Donderdag
door de Regtbaank verhinderd, hoop ik vrijdag, den 16 dezer,
te komen en zal, met den trein van 12 ure, van hier ver-
trekken, ten einde, circa 2 ure, bij u te zijn.
Wil de goedheid hebben, zoo dag of uur U niet mogten
schikken, dit mij te schrijven, als ook zoo het U beter
toescheen, dat ik mij vooraf bij Uwwg. aan het Depar-
tement vervoegde.
Ik behoef U niet te zeggen hoezeer ik verlangende ben
dit uitstapje te maken. Bovendien doet het mij zeer
veel genoegen hierdoor in de gelegenheid te zijn. om
met U te spreken over een zoo gewigtig onderwerp, dat
mij thaans zoo geheel bezig houdt en waarbij ik vertrouw
op uwe belangstelling en raad te mogen rekenen, Bij
dat vooruitzig wil ik liever hierbij niets voegen, dan
regrets à qui de droit.
Intusschen heb ik de eer, mij met gevoelens van hoog-
achting te noemen
Uwhoogwelgeb uw dienaar
dCourt.
Lieve Jan, eindelijk heb ik de leeuwen gevon
den dezelve gaan hier nevens en Lehman wil
dezelve wel voor u mede nemen. de kleuren
van
de la court en het wapen van Bierens
heb ik noch niet maar zal het u dadelijk zenden
zijt zoo goed mij eens optegeven of liever
zoo gij er gebruik van gemaakt hebt de
wapens van
Verrooten en van Reijers in
de kwartieren van mama, daar ben ik
eenigzins mede in de war, doch de namen
zijn goed. hoe zijn de rosen in het wapen
van de Haan. ik vrees dat ik opgegeven heb
rood, doch dezelve moeten geel zijn.-
ik hoop in de volgende week u de mankeren
de te zenden. ik heb alle de kwartieren in
de genealogie geteekend, doch die van
Verrooten
en Reijers nog in blanco, benevens die van
Bierens en de la Court. de Heer van Vollen
hoven die mij die wapens mocht bezorgen
heeft mij beloofd dat mij dezelve nog dee week
zal geven. nu vriend lief, ik heb geen tijd en
omhels u in gedachten, mama schrijft u
over de staat van Kee, en over de omstandig
heden met de meiden, dit laatste zal u zeker
weinig interesseren adieu, in haast Tav.
uwliefhebbendepapa
CAVanSijpesteijn
Hiernevens, mijn Vriend, de lang beloofde catalogus van
medailles met het boek waarin de prijzen vermeld
staan. Het zal mij aangenaam zijn indien hetzelve van
nut kan zijn aan den Heer die hetzelve verlangd. Ik heb
er geen haast mede, dus kan het zoo lang noodig gehouden
worden maar daar ik slechts deze stukken alleen heb zonder
de gedrukte catalogussen, zoude ik datzelve niet gaarne
missen, anders zoude ik het volgaarne aan dien heer
ten geschenke geven.
Hiernevens eene accurate opgave van uw kwartieren
de kleuren van de la Court zal ik u spoedig zenden, ook
het wapen van Bierens, dit zijn nog geloof ik de eenige
die u mankeren..Ik heb de leeuw die ik u zende zoude
nog niet gevonden, maar zoodra ik hem heb zal ik
u die zenden.
Hierbij gaat ook een pond tabak en kraagjes;
mama zoude gaarne spoedig vernemen of dezelve
goed zijn.
Uw scheermes gaat hierbij terug, doch het is van
geene beste kwaliteit, daaarom zend ik u nog een
goed Engelsch van mij bij.
wij zijn allen wel behalve Keetje, die nog hetzelfde
is, ik vleie mij dat de warmte haar goed zal doen.
Nieuws is hier overigens niet.
adieu vriend, wij omhelsen u allen in gedachte
en verlangen spoedig omtrend Ascianus iets te verbe
-men. adieu Vaartwel Tav.
CAVanSijpesteijn
Paramaribo 21 oct. 1852

Beste Jan!
Reikhalzend zagen wij uit naar de
mail om nadere details over de dood van
onze beste Mama, zoodat wij eenige dagen
gedupeerd waren, want hij kwam zeer
laat aan. Uit de brieven van de zusters
hebben wij alles gezien, hoe de loop der
ziekte is geweest en hoe spoedig haar
dierbaar leven eindigde. Ht is mij
nog een droom en ik kan het mij nog
maar bijna niet voorstellen. Het
verheugde mij zeer uit uwe brief de
heugchelijke tijding van uw engagement te
vernemen, ofschoon ik de andere brief
die met het Gouvernementspaket is
gegaan, nog niet heb ontvangen, waarin
gij mij uitvoerig hebt geschreven.
Van harte geluk, mijn beste Jan, met
uw voornemen en geen tijding kon
mij meer genoegen hebben gedaan als
dit van U te vernemen. Ik hoop dat
uwe aanstaande vrouw met brieven kennis
met ons zal willen maken daar wij helaas
nog zoo lang zullen moeten wachten, eer
het in persoon zal kunnen geschieden.
Hoe jammer de goede Mama deze
tijding nog niet heeft kunnen weten, hoe
zou dit haar verheugd hebben. Ik hoop
mijn beste Jan, dat het groote geluk dat
U te beurt valt U nog een goede plaats
voor ons in uwe liefde en vriendschap
zal overlaten. Fameus verlangend ben
ik naar nadere tijding Het gaat ons zeer goed
Eenige dagen geleden ben ik terug gekomen
van eene reis van 18 dagen met den Gouv:
naar Nickerie enz. Die goede man is
allerliefst tegen mij; ik zou het niet beter
kunnen verlangen. Hij brengt de boel hier
goed op orde, maar heeft zijne handen vol,
maar door de weeromstuit heb ik enorm
veel werk. Wat eene fameuse promotie
bij de Artillerie. Ik sta nu al half om
Kapitein te worden Mooi vooruitzicht
voor over 5 jaar. Hiernevens zend ik
he eene brief voor Haarlem, en dan eene
van mij en eene van Trui voor uwe
aanstaande. Het was zeer moeijlijk voor
ons, daar wij nog zoo weinig van je vernomen
hadden, maar hebben het niet willen
nalaten daar het ons zoo hartelijk verheugt
en wij niets liever hopen als te toonen
hoe dankbaar wij uwe aanstaande zijn
voor het geluk dat zij U aanbrengt.
Bram voegt hierbij zijne hartelijke groete
en felicitatie, maar daar hij het voor
de Gouv: druk heeft, zal hij U eene volgende
keer schtijven. Lees de brief aan de zusters
svp ook, daarin heb ik over de rouw geschre
ven. Ik vind het zoo naar die arme zusters
zoo blijven zitten Zij schrijven mij niets
over hunne voornemens; daar ben ik
razend verlangend naar. Groet nu
uwe lieve vriendin regt hartelijk voor
mij en hare famille, en zeg dat ik mij
en de mijnen zeer dringend in hare
vriendschap aanbeveel; Ik verzoek je
ook om de deNeer's te groeten en die goede
gen: Falter. Ik zal Mr: Rappard spoedig
wat zenden. Adieu beste Jan, nogmaals
mijn beste gelukwenschen. Dit gelukkig
voorval is ons aallen zeker eene troost
in ons treurig verlies. Johanna en
Cornelis zien er uit als beeren. Joh: loopt
al aardig en begint al wat te praten
De Gouv: en Mevrouw verzoeken vele
groeten aan je en feliciteren je ook zeer.
Ook vele com: aan Tante Rendorp van
hun en ons. Het is een ziekelijke tijd
hier maar wij houden ons goed. Schot
borgh is leelijk ziek geweest, maar nu
weer beter. Op de plantage gaat het
hard vooruit. Papa maakt magnifieke
zaken. Ik blijf steeds bij mijn plan om
er een te koopen, vooral tegenwoordig is
het een gouden zaak. De goede Mama
heeft de geboorte van Cornelis ook niet
meer mogen vernemen. Dit zou haar
zeker veel genoegen hebben gedaan.
Trui is wel, maar blijft zwak, die
2 kleinen maken het haar ook druk
De genie geeft mij veel werk en de
Gouv: spreekt van niets als bezuinigen,
en zegt ik in alles het voorbeeld moet
geven. Nu beste Jan adieu mijne harte
ijkste groetren aan de uwen, nogmaals
geluk vaartwel, schrijf mij spoedig en
geloof mij steeds uw hartelijkliefheb.
broeder Ascanius
Geef mij spoedig een lange brief want ik ben
zzeer
verlangend. adieu.-
Paramaribo 17 maart 1853

Beste Jan! Ik wil deze mail niet laten
vertrekken, zonder je een paaar woorden te
schrijven, hoewel ik maar een oogenblik tijd heb.
Ik ga strks met de Duitsche commissie
voor 3 weken op reis en heb dus maar tijd om een
oogenblik te schrijven.  de zusters willen ok
komen koloniseren hier en ik geloof dat dat
mij ook een massa werk en reizen zal geven.
Mijn werkkring tegenwoordig is magnifiek, want
ik ben geheel adviseur in l die dingen. Met de
laatste mail heb ik geen brief van je gekregen
en dus tekort mijne laatste niets te beantwoorden
Ik wil je alleen zeggen dat je wat geduld
moet hebben tot ik je in eens eene zeer groote
bezending zal sturen. daar mijn hoofd omloopt
van allerlei drukten Ik ben perfect wel met
den Gouv: en mijne betrekking laat niets te
wenschen over. Nu moet ik je melden dat Bram
mij heeft laten lezen een brief van de oude
de Veer (die ons in den laatsten tijd niet meer
schrijven) waaruit blijkt dat hij zeer gebeten is dat je
er niet
eens met Jeanne geweest zijt, daat het hem
zeer speet daar hij zooveel van je hield, niet wist
waaraan toeteschrijven leij. Komt gij, gaat er dn eens
na toe, al is het een oogenblik, want dan zal het in eens
uit zijn. Je kunt je dan vanzelf redeneren, maar
schrijven zij er misschien meer aaan toe, als er
van is, en ons schijnen zij het ook kwalijk te
nemen. Trui heeft zooveel beleefdheden van hem
genoten en ook ik; terwijl de Veer mij ook nog veel
kan doen, dat je mij groot genoegen zoudt doen er eens
heen te gaan. Het speet Bram ook zeer, en ik
geloof zij je met open armen zullen ontvangen
als je er komt Nu amice, ik schrijf je de zaaak
ronduit, maar heb geen tijd omstandig te zijn
Trui zal hieronder vervolgen en ik moet weg/
Duizend complimenten aan Jeaanne en alle
vrienden en kennissen. Geloof mij steeds met
de meeste vriendschap in de hoop van spoedig je
geluk te vernemen, je hartelijk liefh broeder
Ascanius
19 Maart
Beste Jan! Syp heeft u een paar dagen
geleden geschreven en nu zal ik den brief
vervolgen, zijnde met de kindertjes op
SustenRust bij de oude luitjes gelogeerd.
Wij zijn allen wel, en ik hoop Syp ook;
zijne reis heeft ons zeer te leur
gesteld daar wij dachten den dag van heden
regt genoegelijk te vieren en toevallig
moest hij den 17den op reis: ik feliciteer
er u allen mede, en hoop wij nog dikwijls dezen
dag zullen mogen vieren. Ik hoop
spoedig te hooren gij getrouwd zijt,
eene mooije reis zal zeker daarop
volgen niet waar? ik hoop gij ons
een journal er van zult toezenden.
gij moet Jeane regt hartelijk voor mij
groeten, en haar de verzekering geven
hoe het ons spijt niet in persoon
kennis met haar te kunnen maken, daag
lijks zijt gij beide het onderwerp onzes
gesprekken, en wij wenschen u zoo dikwijls
alles goeds toe in uw aanstaand huwelijk.
wij hebben van verscheidene menschen
gehoord wat een lief vrouwtje gij weldra
zut bezitten; de gedaachte u weldra geluk
kig getrouwd te weten, is ons zoo regt
aangenaam. Ik heb een verzoek aan U
en wel of gij zoo goed zoudt willen zijn
om bij de Veers eene visite te doen,
zij zijn er zeer gevoelig aan, dt gij er geene
visite met Jeane hebt gemaakt,
als gij 't kunt; dan zult gij ons pleizier
doen; want, zij hebben mij altijd veel
vriendelijkheid bewezen, vooral Tante.
Ascanius heeft het fameus druk tegen
woordig, altijd door reizen en trekken,
ik weet hij wel een week of drie zal uit-
blijven, voor mij is het aller onaangenaamst,
maar het bewijs van vertrouwen dat
de Gouverneur hem schenkt, door hem
in deze verschillende commissies en in
andere zaken te kennen, is voor ons beide
veel waard. Gij hebt ons veel genoegen gedaan
met uw portret het lijkt perfect goed,
wij hebben het dadelijk opgehangen, en
allen die u kennen vinden dat het goed
lijkt; ook de medailles zijn magnifiek
mooi, zeer fijn, bednk Mevrouw v Vre
senburch zeer voor ons. Onze kindertjes zijn
spring levend, Johanna wordt aller aar
digst, zij is zoo slim, en al wat zij hoort
babbelt ze na; Cornelis is een ongehoor
de dikke knaap. Nu adieu beste Jan
ontvang met Jeane onze beste groeten waarbij
Papa en mama ook velen voeg, vele kusjes
van de kindertjes en geloof mij steeds
uwe toeg.Zuster GSVanSijp:
(zijkant)
Wees zo goed beste Jan, en denk om Herman, want dat kereltje wil vol-
strekt niet voort Zijne brieven zijn treurig.- bezorg svp
deze brieven naar Haarlem en aan Tante. Adieu
17 maart 1850 was de trouwdatum
Ascanius en Geertrui
Paramaribo 4 julij 1854
Nr 15

Beste Jan! Hoewel ik geene
plan had om U niet deze mail
te schrijven, wil ik de gecorrigeer
de proeven niet laten vertrekken
zonder er je een woordje tot ophel
dering bij te schrijven. Voordat ik
daar toe overga moet ik U zeggen dat
ik in eene razende drukte van ver
huizen zit. In de laatste 8 dgen is Trui
weer veerl erger, zoodat ik maar in eens
een manmoedig besluit heb genomen
om te verhuizen en te zien of dat zal
helpen. Ik behoef U niet te zeggen
hoe naar dat sukkelen is, maar ik
houd maar goeden moed en wij stellen
ons nu weer verbetering voor van de
verandering. Het spijt ons beiden
zeer uit dit huis te gaan, waar wij zoo
geheel vrij en aangenaam woonden.
Onze kinderen zijn goddank wel en het
gaaat met mij nu ook weer beter.
Ik leef anders wel in ongerustheid over
die aanhoudende verzwakking van Truitje.
en het gaat in den laatste tijd zeer
achteruit met de krachten.
Wat zijn we verheugd met de
goede tijding die wij steeds van U,
Jeanne en uw lieve KIndjes ontvangen.
Van harte wenschen wij in alles het beste.
Eebe goede tijding kan ik U me entre nous
geven, dat de G: mij bij eene brief
aan Pahui van 2 julij officieel
heeft voorgedragen tot ridder. N.L.
als dat dus goed gevolg heeft, ben ik er
glad uit. Hij heeft mij die voordragt
laten lezen en die was magnifiek
Met de Wilhelmina kapt: Kluit hebben
wij U allen geschreven en het een en ander
gezonden. Ook 2 kisten met ananassen
perfect goed gecondit:, die wij van
ganscher harte hoopen goed bij U zullen
komen. Hij is gezeild op 27 junij.
Hiernevens krijgt gij nu terug de
veranderde aan mij gezondene
vellen. ik geloof wel dat het al afge
drukt is, zoodat het niet meer kan
veranderd worden, maar wees zoo goed
dan eene errata te doen drukken,
waarin dat alles is opgenomen. Vele
fouten in eigennamen waren moeijelijk
bij U te verifieren. maar maak Schiffe
laar een fameus standje, want vele
prouveren dat hij zeer slordig de
proeven heeft nagezien. bv. 210
inpl. van 21. Nederland 3 maal in
plaats van Suriname. Plantea in
plaats van Planteau. beneden come:
inpl. van boven com: etz.
Het spijt mij beste Jan ik U zoo veel
moeite geef. Wees overtuigd ik per
fect apprecieer welke moeite ik U
veroorzzaak. Het is altijd zeer moeije
lijk. corrigeren van vreemde namen
daar iedere fout daarin hier gemerkt wordt
die in Holland niet wordt opgemerkt.
Ik verlang zeer om de rest te ont
vangen en dank U voorloopig reeds
duizendmaal voor alle genomene moeite
Eene errata kan zeker goed geplaatst
worden. De kaartjes zijn zeer goed,
maar niet zoo mooi als de lithographie
van oorlog, van mijne kaart. Maar het
is toch een zeer duidelijk en goed kaartje
en daarop is geene fout.
Gij hebt een paar mooije noten over de
ingenieurs gemaakt. De handteekeningen
heb ik nog niet van allen. Daar werk
ik druk aan. Maar dat komt niet meer
in dit boek. dat is goed later voor ons
tijdschrift, dat nu ook spoedig zal
verschijnen Spoedig schrijf ik je
weer. Wie weet hoe spoedig ik
een benoeming door je hoor. en nu
beste Jan zal ik deze eindigen.
Vaarwel duizende groeten van trui
en van ons an Jeanne. Als gij
gelegenheid naar Haarlem hebt, zeg
daan ik in de drukte vn verhuizen
at en niet kon schrijven. Maar met
eene volgende. spoedig hoop ik U ook
wat beterschap van Trui te melden.
Adieu vaarwel met uwe lieve huisge
noten, geloof mij steeds, uw hartelijk
liefh broeder
Ascanius
de port der maibrieven
is nu weer verminderd
en bijna gelijk aan de
zeilschepen, wat eene
mooije verbetering adieu.
Zend mij bij gelegenheid 2 of 3
doosjes transparente ouweltjes
zoo als deze.
In de navorscher Nr III van 185te staat
eene vraag naar de kinderen van Johan
Evertsen! Ik snor alles op.-
Haarlem den 3 October 1853

Zeer Geachte Heer en Vriend!

Uit den brief van onze Anne, ik mag zeggen
onze , want Anne meldt U hare beslissing, verneemt
Gij mijn geluk. Ik zal U dat geluk niet beschrij-
ven, Gij kent het bij ondervinding, doch neen, men
moet zoo rijk en zoo beproefd zijn geweet als ik, en we-
der zoo veel bezitten, om te kunnen beoordeelen wat ik
thans ondervind. Ik mag en moet U vertrouwe-
lijk schrijven, dat het besluit, waarvan ik thans
de uitkomst zegen, door mij niet in overijling
is genomen, Ik ben er zonder te weten hoe toegeko-
men en heb het daarna lang en rijpelijk overwogen.
De lieve hoedanigheden van Anne zijn hier
wel bekend, dan ik mag gerust, zonder verblinde
ingenomenheid aan U, haren broeder, zeggen; dat
ze nog niet hoog genoeg worden gewaardeerd.
Mijn innig streven zal zijn, Haar waardig te
zijn en met al mijn vermogen Haaar geluk te
bevorderen.
Zeer gevoel ik mij aan U en Mevrouw verplicht
voor de vriendelijke ontvangst ten uwent. Deze heeft
mij in de gelegenheid gesteld; om op eene vertrou-
welijke en gepasten voet Anne nader te leeren
kennen, dat anders welligt moeijelijk zoude
geweest zijn. Ik veroek U en Mevrouw daar-
voor mijnen opregten dank te willen aannemen,
ik beveel mij in Uwe en Hare vriendschap.
Met respect verzekering aan Mevrouw heb ik de
eer met achting en vriendschap te zijn
UHoogwelgeb uw dienaar en Vriend
delCourt
Uwen brief van den 6 dezen heb ik wel ontvangen Mijn Vriend,
Zij was mij dubbeld aangenaam, zo omdat ik gaarne
tijding van U bekom, als omdat ik daaruit uwe tevre-
denheid over uwe tegenwoordige standplaats mogt
ontwaren. Gij hebt zeker reden daartoe, maar het doet
mij genoegen dat gij zulks erkent; die te vredene stem-
ming vermeerdert ons genot, en ik hoop dat zij
altijd uw deel moge blijven.
Ook ik verblijde mij dat Ascanius de mazelen te
huize van uwe Grootmoeder gekregen heeft, aan liefde-
rijke zorg en oppassing heeft het hem daar zeker niet
ontbroken. Ik hoop nu maar dat hij spoedig zijn
werk weder zal kunnen opvatten en een wel afgelegd
examen zijne plaatsing zal ten gevolge hebben. Zijne
beschikking ten voordele van de artillerie keur ik in de
gegevene omstandigheden zeer goed.
Uwe Grootmoeder is weder beter, maar heeft nogal
geleden aan eene rhumatisme in de schouder, tegelijk
was uwe Tante zeer zwaar verkouden, uwe Zuster Antje
hoestende, de meid nog niet hersteld van eene kneuzing
aan den regter arm door een val veroorzaakt, en Asca-
nius met de mazelen te bed; het was toen inderdad een
Ziekenhuis. gelukkig is alles goed geschikt.
Ik verheug mij dat gij zoo veele en aangename betre-
kingen hebt aangeknoopt, en zie met genoegen dat gij
tragt in fatsoenlijke kringen en in gezelschap van vrou-
wen te komen. Ik heb in mijne jeugd ook veele kennis-
sen gemaakt, en heb altoos daarvan veel genoegen
ondervonden. Dit zal in later tijd ook uw geval eens worden
Te Haarlem is het dezen winter al zeer stil geweest
geene casinos nog particuliere bals, ook de concerten
weinig bezogt, en weinig grote dine's of soupe's.
De rouw der koningin en verschillende sterfgevallen
hebben daartoe medegewerkt.
In de laatste 3 weken is dit wel een weinig veranderd
Mijne Zuster is bij mij komen logeeren, en gedurende dien
tijd heeft een ieder zich beijverd haar te verzzoeken zodat
wij wel twee lijven hadden mogen hebben. Ook heeft
mevrouw Camerling voor hare kleinkinderen eene dans-
partij gegeven.
Gisteren ben ik met mijne Zuster te Utrecht gekomen
waar zij bij de Wed. Mevr. van Hoogstraten gelogeerd is. morg
ogtend keer ik naar Haarlem terug, en maak van deze
vrije ogtend gebruik om mijne briefwisselingfen wat aan
te zuiveren, waartoe mij anders al weinig tijd overschiet
Dikwijls heb ik verlangd het kruijen eener rivier te zien,
maar nimmer is mij dit te beurt gevallen, het moet zeer
ontzagwekkend zijn.
Korte dagen geleden heb ik eenen brief van uwen Vader
gehad, Ceetje was aan het beteren, ik hoop zij eindelijk
geheel mag herstellen, het is waarlijk treurig op hare
leeftijd zo aanhoudend te sukkelen.
Wanneer gij in het voorjaar of later eens naar Haarlem
overkomt, zult gij steeds bij mij het zij buiten of in de stad
waar ik mij dan ophoude, welkom zijn.
..... komt tegen mei denkelijk van school en
...... bij mij op het Secretarie komen.
De famille Berkhout is welvarende, maar ...
Neef van Zuijlen hebben wij weder min gunstige .....
het schijnt dat de podagna hem in het ligchaam woelt
en er niet wil uitkomen. ik ben over dien braven man
steeds bezorgd, hij hoopt dezen zomer de wateren te gaan
gebruiken.
Nu eindig ik mijn Vriend, wanneer ik nog tijd kan
vinden, zal ik een paar woorden voor Mevrouw Trip hier
insluiten, zo neen wil dan aan Haar Ed. en aan den W.Trip
mijne hartelijke groete overbrengen. geloof mij zeer opregt
de lange

Utrecht            Ik heb uwe brief aan Neef Berkhout
27 maart         laten lezen.
1838
B C de Lange en C E Copes v Hasselt- de Lange

Mr. Jan Herman de Lange, geb. Gouda 24 jan. 1759, overl.
's-Gravenhage 11 febr. 1818, tr. 1. Haarlem 22 aug. 1784
Petronella Cornelia van Sypesteyn, geb. Haarlem 11 jan. 1752,
overl. 's-Gravenhage 28 aug., begr. Haarlem Grote Kerk 2 sept.
1803, dochter van mr Cornelis Ascanius V van Sypesteyn en
Elisabeth Anna Slicher, 2. ondertr. 's-Gravenhage 14 okt., getr.
Leiden 28 okt. 1804 Quirina Catharina van Freisheim, geb. Haarlem
29 nov. 1764, overl. 's-Gravenhage 15 juli 1822, dochter van Jan
Johan Frederik Godfried en Emerentia Helena van Jever, weduwe
van Jean Paul Hoeufft. (7)
Uit het eerste huwelijk:

1 Cornelia Elisabeth Anna de Lange, geb. Haarlem 1 juni 1785,
overl. aldaar 4 okt. 1879, tr. Haarlem 10 febr. 1830 mr Coenraad
Jacob Gerbrandt Copes van Hasselt, geb. Tiel 17 mei 1777, overl. 1
mei 1860, zoon van Jacob en Margaretha Jacoba Homoet. (8)

2 Bonaventura Cornelis de Lange, geb. Haarlem 31 dec. 1786,
overl. aldaar 23 dec. 1852
Paramaribo 20 Mei
Lieve Jeaanne! Daar de brif
van Ascanius morgen weg moet, zoo
voeg ik er gaarne nog eenige regels bij
voor U, hopende ze U met Jan en de
lieve kinderen in goede gezondheid mogen
aantreffen, aangenaam was het ons
slechts goede berigten van U te mogen
ontvangen; hoe gaarne zouden wwij
ook uwe kleine Maria eens zien,
en knuffelen. zij is nu den vierentwin
tigsten dezer reeds drie maanden,
nu is de moeijelijkste tijd bijna
over; verlangend ben ik om eenen
brief van U te krijgen waarin
gij ons en détail over 't lieve
kindje schrijft. voor dezen kan ik
U ook de goede ontvangst der
kist melden, alles is perfect ge
conserveerd gebleven; hartelijk
dank voor al uwe goede gaven ons
toegezonden, wat een beelderig
kraagje hebt gij mij gezonden, 't is
door velen bewonderd, en ik zal het
met genoegen als een souvenir aan
U gebruiken; ook de portefeuille
van Ascanius is zoo mooi, wij
zijn zeer gevoelig aan uwe vriendelijk
heid; ook verzoeken wij u Mevrouw
Uwe Mama zeer voor het ons toe-
gezondene te bedanken, wij vonden
het zoo vriendelijk van HEd: dat wij
er verlegen mede waren. De heerlijke
bouillon sardines, vruchten op bran-
dewijn. enz: hebben onze provisie
kast verrijkt, gij overlaad ons met
zoo veel goeds; ook de kindertjes
waren regt gelukkig bij het open maken
der kist, toen zij al de poppen ( die waar-
lijk heel lief zijn,) te voorschijn zagen
komen; de voorloop ketel en prenten
gaven ook groote vreugde; zij zenden
u vele kusjes voor al dat moois.
Ook de oorbellen zijn precies zoo als ik
ze gaarne zou gehad hebben, ik dank U
en Jan zeer voor de moeite, even als
voor de schoenen; ik ben er waarlijk
verlegen mede. dat ik u eenige last
gegeven heb met het terugzenden der
schoenen, had ik gedacht het eenige moei
lijkheid zou hebben, ze te verruilen, ik
zou U waarlijk niet hebben durven lastig
vallen er mede; zou Jan zoo goed willen
zijn Berenbak zijne rekening te betalen,
en bekommer U niet over de schoenen
het komt er niets op aan; alleen zou het
mij spijten als ik er U eenige moeite
door veroorzzaakt had, Acht dagen
geleden is Ascanius van ,,,zorg
teruggekeerd, in dien tijd dat hij weg is
geweest heeft hij weder koorts gehad,
en heeft dus in hetzelfde lot gedeeld
als ik; hij zag er daan ook bij zijne terug
komst niet zoo goed uit als ik mij ge-
vleid had het geval zou zijn, door eene
kleine variatie, en wat minder bezigheden;
als men eens hier in 't land aan het
sukkelen is, gaat het moeijelijk geheel
te herstellen, nu en dan krijg ik
ook koorts, daan weder hoofdpijn, en
allerlei kwalen; maar als het over is dan
denk ik er maar niet meer om; want
het wordt zoo vervelend om altijd ziek
te zijn, en ik geloof dat de warmte
er ok veel toe doet; het kan soms
zoo drukkend zijn; maak U volstrekt
niet ongerust over ons; want alles zal
zich langzamerhand wel schikken,
Ascanius moet maar ferm bouillon
en een glaasje portwijn gebruiken;
men heeft mij aangeraden om ijzer te
gebruiken, daar ik mij nogal goed
bij bevind.
daaglijks spreken wij over den tijd dat wij
kennis met U zullen maken; em stellen
ons voor om nog zoo regt veel
in Holland te genieten; alleen de gedachte
ons van Papa en Mama te scheiden
die ook zoo aan de kinderen gehecht
zijn, maakt het weg gaan van hier
treurig,anders zou Suriname op den
duur weinig liefs voor ons hebben,
schoon wij heel tevreden zijn voor
het tegenwoordige.
Over een week of drie hoop ik U wat
geconfijte annanas te zenden, ik ben
er aan bezig en hoop maaar dat het goed
uit zal vallen, want gij moet weten
't is voor het eerst dat ik het doe volgens
een recept. Nu lieve Jeanne zal
ik dezen maar eindigen, vele groeten
aan Jan
en duizend kusjes aan uw dochtertje voor
ons, en geloof
mij met toegenegenheid Uwe liefh Zuster
Truitje