Jacoba Louisa Catharina van Hees, * 4 april, Geref. ged.
Rotterdam 4 mei 1802, t Den Haag 12 april 1869, oo
Rotterdam 7 november 1822 Cornelis Druyvesteyn, *
Haarlem 22 augustus 1794,
R.M.W.O.4, ritmeester regiment lanciers in 1822 in
garnizoen te
Utrecht, doch gedomicilieerd te Haarlem, t aid. 22 mei
1852, zoon
van Jan Willem en Cornelia Reessen.
Ouders: mr. Hendrik Herman van Hees, heer van de
Tempel, baljuw van Schieland, en Johanna Louisa Kuypers.
Adres 1819/20: Wijnhaven, wijk B nr.228.

kooplieden en reders te Rotterdam,
uit de geschiedenis van de tempel -
Rotterdams Jaarboekje
Bruidegom
Henrij Edouard van Hees
Beroep
Luitenant ter Zee der 2e Klass
Geboorteplaats
Rotterdam
Leeftijd
30
Bruid
Marie Helene Cornelie van Stijrum
Geboorteplaats
Haarlem
Leeftijd
37
Vader van de bruidegom
Hendrik Herman van Hees van den
Tempel
Moeder van de bruidegom
Johanna Louisa Kuijpers
Vader van de bruid
Jan Baron van Stijrum
Moeder van de bruid
Johanna Anna van Vollenhoven
Gebeurtenis
Huwelijk
Datum
09-11-1842
Gebeurtenisplaats
Haarlem
Geboorte op 6 juni 1830 te Utrecht,
provincie Utrecht
=
Vader
Cornelis Druijvesteijn

Moeder
Jacoba Louisa Catharina van Hees

Kind (vrouwelijk)
Carolina Maria Druijvesteijn, geboren
op 6 juni 1830 te Utrecht / Utrecht
Huwelijk op 7 november 1822 te
Rotterdam
=
Vader van de bruidegom
Jan Willem Druijvesteijn

Moeder van de bruidegom
Cornelia Reessen

=
Bruidegom
Cornelis Druijvesteijn, geboren te
Haarlem, 28 jaar oud

Bruid
Jacoba Louisa Catharina van Hees,
geboren te Rotterdam, 20 jaar oud

=
Vader van de bruid
Hendrik Herman van Hees Van Den
Tempel

Moeder van de bruid
Johanna Louisa Cuijpers
Geboorte op 19 april 1824 te
Rotterdam
=
Vader
Cornelis Druijvesteijn

Moeder
Jacoba Louisa Catharina van Hees

Kind
Jan Willem Hendrik Herman
Druijvesteijn, geboren op 19 april 1824
te Rotterdam
Geboorte op 1 januari 1826 te Utrecht,
provincie Utrecht
=
Vader
Cornelis Druijvesteijn

Moeder
Jacoba Louisa Catharina van Hees

Kind (mannelijk)
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn,
geboren
Geboorte op 26 juli 1827 te Utrecht,
provincie Utrecht
=
Vader
Cornelis Druijvesteijn

Moeder
Jacoba Louisa Catharina van Hees

Kind (vrouwelijk)
Cornelia Louisa Johanna Druijvesteijn,
geboren op 26 juli 1827 te Utrecht
Korte Nieuwstraat wijk F nr 228

Regement lanciers nr. 10
Catharina Barbara van Hees
(1810-1883)  Rotterdam-Utrecht
1ste begraafplaats Soestbergen

03 01 1810
22 03 1883
Husband of Jacoba Louisa Catharina
J. L. C. Druyvesteyn, geb.van Hees
van den Tempel. Brother of Jan Willem
Druyvesteyn; Catharina Druijvesteijn;
Cornelia ...
mr.Hendrik Herman van Hees van den Tempel
Johanna Louisa  Kuijpers   (Louisa Jacoba Catharina Kuijper Iin overlijdings akte weduwe Druijvesteijn)

ouders van
Johanna Henrietta Louisa Hendrik 24 januari 1799 te Rotterdam
Jacoba Catharina Hendrik 9 september 1800 te Rotterdam
Jacoba louisa Catharina 3 april 1802 overleden 12 april 1869 te 's-Gravenhage weduwe van Cornelis Druijvesteijn
Henry Edouard 1811 overleden 24 mei 1865 te Arnhem gehuwd met Marie Helene Cornélie van Styrum, geboren in 1805 te Haarlem
David Cornelis 27 februari 1814 te Rotterdam militair KNIL
Henrietta Johanna Louisa te Rotterdam overleden 6 september 1849 te Maastricht 50 jaar oud
Catharina Barbera Hendrik 3 januari 1810 te Rotterdam overleden 22 maart 1883 te Utrecht wonende te Langiais in Frankrijk
Caroline Marie Druijvesteijn, geboren op 6 juni 1830 te Utrecht, 1e Lt. van beroep
Inventaris stadsarchief Leiden
Langebrug zuidzijde 489
Overlijden op 27 juli 1890 te Rotterdam
=
Vader
Cornelis Druijvesteijn

Moeder
Jacoba Louisa Catharina van Hees

Overledene
Carolina Maria Druijvesteijn, geboren te Utrecht, 60 jaar oud
Partner
Jan Iman Hendrik Gerard van Wickevoort Crommelin
999-01.1824A Nadere toegang op het geboorteregister van de gemeente Rotterdam

Geboorteakte Jan Willem Hendrik Herman Druijvesteijn
Kind:        

Jan Willem Hendrik Herman Druijvesteijn
Moeder:        

Jacoba Louisa Catharina van Hees
Vader:        

Cornelis Druijvesteijn
Geboortedatum:        
19-04-1824
Geboorteplaats:        
Rotterdam
Toegangsnummer:        
999-01
Inventarisnummer:        
1824A
Folionummer:        
a174
Aktenummer:        
1824.846
494-03.200 Bevolkingsregister Rotterdam , Wijk 10, 1860-1880


Geregistreerde:        

Gerredina Anna Klas

Jacob Katz

Maria Nattland

Henrij Klas

Hermann Franz Ferdinand Klas

Johannes Christiaan Hendrik Jenck

Cornelis Waltmann

Julia Katz

Maria Hendrika Diena Jenck

Maria Helena Anna Barbera Waltmann

Josephina Cornelia Maria Bouhuijs

Carolina Maria Druijvesteijn

Cecilia Katz

Sophia Katz

Eva Katz

Elias Katz

Amalia Bethmann

Maria Catharina Gouverne

Oscar Klas

Petrus Alidus Cornelis van Wickevoort Crommelin

Wilhelmus Johannes Theodorus Waltmann

Willij Klas

Louise Katz
Toegangsnummer:        
494-03 Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling
Bevolking: bevolkingsboekhouding van Rotterdam en
geannexeerde gemeenten
Overlijden op 26 februari 1824 te Rotterdam
=
Vader
Ignatius Joan van Hees

Moeder
Hester Glaudina van Roijer

Overledene
Hendrik Herman van Hees van den Tempel, geboren te 's
Hage, 57 9 mnd en 19 dgn jaar oud
Partner
Johanna Louisa de Kuijpers
Overlijden op 13 februari 1842 te
Haarlem
Overledene
Johanna Louisa Kuijpers, geboren op
3 november 1771 te Sprang, 70 jaar
oud
Weduwnaar/weduwe
Hendrik Herman van Hees van den
Tempel

Aan het Spaarne Wijk 2 nr 167
Regiment Lanciers nr. 10
Opgericht in 1818. In 1819 is het Korps Guides te Paard in dit regiment geïncorporeerd. In 1841 omgezet in het 1e
Regiment Lanciers. Zie inv.nrs. 482-489 voor de periode 1818-1841.
Lanciers en Dragonders 1841-1867
Regimenten Lanciers
1e Regiment Lanciers
Ontstaan in 1841 uit het Regiment Lanciers nr. 10. In 1849 omgezet in het 4e Regiment Dragonders. Zie inv.nrs. 487,
1232 voor de periode 1841-1849.

2e Regiment Lanciers
Achtereenvolgens:

Regiment Huzaren (Van Boreel) 1813-1814

Regiment Huzaren nr. 4 1814-1815

Regiment Huzaren nr. 6 1815-1841

2e Regiment Lansiers 1841-1849

In 1846 vormde één der Eskadrons van het 2e Regiment Lanciers, met het Eskadron Jagers te Paard, het Limburgs
Bondscontingent.

Opgeheven in 1849, waarna de manschappen zijn overgegaan naar het toenmalige 4e Regiment Dragonders, na
af-scheiding van twee Eskadrons Jagers te Paard ter formering van het Limburgs Bondscontingent.
Stamboeken Onderofficieren en Minderen na 1813
Periode: 1813-1924 nationaalarchief.nl
Naam Roijen, Henricus VoorlettersH.
Geslachtm Geboren 1787 - 1788
trouwde in 1817 op 29-jarige leeftijd
Overleden Haarlem 1859-10-23
Functieritmeester van het regiment
Lanciers, generaal majoor, ridder
Legioen van Eer Gehuwd met
Utrecht 1817-08-09
Joanna Petronella Kien
echtscheiding in 1836

Beschrijving: met
onderscheidingsteken van het Legioen
van Eer en N.L.
De Orde van de Beide Siciliën (Italiaans: "L'Ordine reale delle Due Sicilie"
of "Reale ordine delle Due Sicilie") werd op 24 februari 1808 door Jozef
Napoleon Bonaparte, Koning van Napels, de oudere broer van Keizer
Napoleon I en door de Franse keizer als satellietvorst in Napels
geïnstalleerd, ingesteld. De orde telde drie graden en werd zeer veel
verleend. De orde werd op 1 januari 1819 in de bestaande vorm
afgeschaft en sindsdien niet meer verleend. De opvolger was de Militaire
Orde van Sint-Joris van de Wedervereniging.
prof. dr. David van Roijen (1727-1799), plant- en kruidkundige
Cornelia Anna van Roijen (1733-1758); trouwde in 1753 met mr.
François Constantijn Druyvesteyn (1729-1759), schepen van Haarle, lid
van de familie Druyvesteyn
Hester Glaudina van Roijen (1739-1789); trouwde in 1758 met mr.
Johannes Ignatius (zich ook noemende: Ignatius Johannes) van Hees,
heer van den Tempel (1732-1786), secretaris Raad van State
Cornelis Druijvesteijn was een
kwekeling en halve-kostganger van
Willem van de Hull op zijn school op de
Oude Gracht, hoek van de
Zuiderstraat N.Z. 1803
Blz. 351-352
Anna Geertuida van der linden 05 09 1830 Dienstbode
Overlijden op 22 maart 1883 te
Utrecht, provincie Utrecht
=
Vader
Hendrik Herman van Hees

Moeder
Johanna Louisa Kuijpers

Overledene (vrouwelijk)
Catharina Barbara van Hees, 73 jaar
oud
Geboorte op 5 september 1830 te Haarlem
=
Vader
Jacobus van der Linden

Moeder
Helena Bos

Kind
Anna Geertruida van der Linden, geboren op 5 september 1830 te
Haarlem
1830-1897
Persoonlijke gegevens Anna
Geertruida van der Linden
Zij is geboren op 5 september 1830 in
Haarlem.Bron 1
Zij is overleden op 30 januari 1897 in
Haarlem, zij was toen 66 jaar oud.
Overlijden op 30 januari 1897 te Haarlem
=
Vader
Jacobus van der Linden

Moeder
Helena Bos

Overledene
Anna Geertruida van der Linden, geboren te Haarlem, 66 jaar oud
Partner
Hendrik Hendriks
Huwelijk op 23 juni 1858 te Haarlem
=
Vader van de bruidegom
Cornelis Hendriks

Moeder van de bruidegom
Elisabeth Janssens

=
Bruidegom
Hendrik Hendriks, geboren te Oudenbosch, 21 jaar oud, fabriekwerker van beroep

Bruid
Anna Geertruida van der Linden, geboren te Haarlem, 27 jaar oud

=
Vader van de bruid
Jacobus van der Linden

Moeder van de bruid
Helena Bos
Geboorte op 8 mei 1836 te Haarlem
=
Vader
Antonij Johannes Hollemans

Moeder
Cornelia Camphuizen

Kind
Anna Maria Hollemans, geboren op 8 mei 1836 te Haarlem

(dienstmeisje van Druijvesteijn)
0
Woning

1850 -1855
Eigenaar W.P. Barnaart 1804 - 1853
erven C. Druijvesteijn 1853 - 1857
C.B. van Hees van den Tempel
Kinderen
Cornelia Louisa Johanna 1827
Carolina Maria 1830
Bewoners
C. Druijvesteijn
Ritmeester bij het regiment Lanciers
J.L.C van Hees
Echtgenote
index
Volkstelling 1849. Begin van bevolkingsregister.
C.B. van Hees van den Tempel was een jongere zus van de echtgenote.
Dienstbode
Anna Geertruida van der Linden geboren 05 09 1830
C. Druijvesteijn overleed 1852 op dit adres
Aantekening bij de dienstbode: Is ouderloos en heeft geene voogden
a
C.Druijvesteijn. Gep. Ritmeester bij het regiment Lanciers. Woning 1850 - 1855
Samen met zijn vrouw, kind, en zes dienstboden.
"Brug over de Spaaarne"J.T.Abels
1852
Grote Markt
Jan Weissenbruch ca. 1850
Spoorbrug over de Kinderhuissingel,
zuidzijde. ( links huidige Kenaupark).
Anoniem. Ca. 1850
Gasthuisvest met Vestingwerken.
De Kalistoren rechts de Kleine Houtpoort.
1855
Grote Markt
C.Springer, 1855 (23 nov.)
Verslag van den staat des
Letterkundigen Genootschaps:
Oefening ..., Volume 27
Cornelis Druyvesteyn 1794-1852 7 november 1822 te Rotterdam getrouwd met Jacoba Louisa Catharina van Hees
1802-1869
kinderen:
Jan Willem Hendrik Herman Druyvesteyn  1824 -1876
Jan Cornelis Louis Druyvesteyn  1826-1905
Cornelia Louisa Johanna Druyvesteyn  1827-1906
Carolina Maria Druyvesteyn 1830 - 1890 getrouwd 1855 Jan Iman Hendrik Gerard van Wickevoort Crommelin 1828 -1906
zoon  Peter Alidus Cornelis van Wickevoort Crommelin 1858 1887 geboren 11 maart in 's Hage
Bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893
Geregistreerde
Jan Willem Hendrik Herman Druijvesteijn geboren 19-04-1824 te Rotterdam
Beroep Notaris
Adres: Amsterdam Heerengracht 308
mei 1874  
1876 Parijs
Bevolkingsregister Amsterdam 1853 - 1863
Geregistreerde
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn geboren 01-01-1826 te Utrecht
Diversen:
Adres: Amsterdam Singel 418
Beroep geemployeerde HandelMaatschappij
5 jan 1853 tot april 1855
Overgenomen delen Amsterdam
Geregistreerde
Cornelia Louisa Johanna Druijvesteijn
geboren 26-07-1827 te Utrecht,
kerkgenootschap Waalsch
1896  Nw Amstel  13 oct 1896
ingeschreven in Zutphen 21 07  1897
naar Rotterdam
1900 van Nijmegen 1901 naar Haarlem
Parklaan 40
daarvoor uit den haag naar Rotterdam
26 10 86  en i01 05  88 vertrokken
naar Delftzijl
Bevolkingsregister Amsterdam 1853 - 1863
Geregistreerde
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn geboren 01-01-1826 te Utrecht
Diversen:
Adres: Amsterdam Hartenstraat 189
Beroep Bediende bij de HandelMaatschappij
17 mei 1856 tot 2 februari 1858
Duel februari 1846

Registratie in 1846
Geregistreerde
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn

Extra informatie
Rechtbank        Amsterdam
Vonnisnummer        428

bladzijde 187
De Nederlandsche Staatscourant
vrijdag 3 junij 1849
Naamloze vennootschappen
Acte tot voortzetting der
Handel-maatschappij van af 1 jannuarij 1850
Overlijden op 13 februari 1842 te Haarlem
Overledene
Johanna Louisa Kuijpers, geboren op 3 november 1771 te
Sprang, 70 jaar oud
Weduwnaar/weduwe
Hendrik Herman van Hees van den Tempel
Geregistreerden Nieuwe gracht Haarlem

Cornelis Druijvesteijn, geboren op 22 augustus 1794 te Haarlem
Jacoba Louisa Catharina van Hees van den Tempel, geboren op 3 april 1802 te Rotterdam
Catharina Barbara van Hees van den Tempel, geboren op 3 januari 1810 te Rotterdam
Cornelia Louisa Johanna Druijvesteijn, geboren op 26 juli 1824 te Utrecht
Carolina Marie Druijvesteijn, geboren op 6 juni 1830 te Utrecht
Anna Geertruida van der Linden, geboren op 5 september 1830 te Haarlem, dienstbode van beroep
Jacob Wigbold Ascasius van Sijpesteijn, geboren op 30 april 1815 te Haarlem
Anna Maria van Lennip, geboren op 21 juli 1828 te Amsterdam
Willemina de Bruin, geboren op 25 oktober 1817 te Haarlem, dienstbode van beroep
Dina van Heel, geboren op 5 mei 1820 te Haarlem, dienstbode van beroep
Cornelia Anna van Sijpesteijn, geboren op 8 januari 1856 te Haarlem
Catharina Derks, geboren op 11 maart 1818 te Spaarnwoude, dienstbode van beroep
Cornelia Bronkhorst, geboren op 2 oktober 1821 te Haarlem, dienstbode van beroep
Jacoba de Vink, geboren op 15 november 1830 te Leiden, dienstbode van beroep
Anna Maria Hollemans, geboren op 8 mei 1836 te Haarlem
Hendrik Elias de Bruijn, geboren op 8 januari 1815 te Zwolle, ritmeester van beroep
Elisabeth Anna Maria Bentinck, geboren op 10 januari 1823 te Raalte
Willem Hendrik Roijer, geboren op 20 september 1848 te Zwolle
Carel Berend Hendrik de Bruijn, geboren op 7 maart 1852 te Deventer
Elisabeth Maria de Bruijn, geboren op 11 juni 1853 te Deventer
Rudolph Floris Karel de Bruijn, geboren op 2 april 1855 te Zwolle
Gesina Steenbergen, geboren op 2 december 1816 te Zwartsluis, dienstbode van beroep
Jannetje Jansen, geboren op 15 mei 1825 te Deventer, dienstbode van beroep
Jaantje Hensing, geboren op 14 april 1835 te Zwolle, dienstbode van beroep


Bevolkingsregister Haarlem, 1849-1859, archief 2295, inventaris­nummer 2667
In 1839 waren tien bewoners geregistreerd op het huisadres van vader Previnaire, de Sint Jansstraat 5 te
Haarlem. Vader Jean Baptiste Theodore was toen 57 jaar en zijn vrouw Aldegonde Dehemptuine 59 jaar. Verder
woonden er de kinderen Marie Prosper Theodore (de latere Heer van Callantsoog) van 18, Octavie van 20,
Victoire van 22, Seraphine van 24 en familielid Eugéne van 34. Er woonden drie huisbedienden in. De 20-jarige
Hongaar Guillaime Rorsin, waarschijnlijk de koetsier en huisknecht, de 30-jarige Catharine van de Nutt,
waarschijnlijk het dienstmeisje en de 50-jarige kokkin Philiberte Dubrocuqz.

De Prévinaire’s wilden graag bij de elite van Haarlem horen, maar de Haarlemse ‘upper class’ vond het moeilijk
personen die met fabrieken hun geld verdienden binnen hun kringen toe te laten. Geld verdienen in de handel,
de landbouw of met rentenieren was in die kringen gebruikelijker. Prévinaire (de zoon) voelde zich niet
geaccepteerd. Zijn licht ontvlambare karakter bracht hem daardoor meermaals in de problemen.

Duel
In 1846 kreeg hij in de Sociëteit (elitair clubhuis) ruzie met tweede luitenant Bernhard Van Westerouen van
Meeteren. Waarschijnlijk had deze zich minachtend over hem uitgelaten. Prévinaire eiste genoegdoening. Korte
tijd later vond er een duel plaats in de militaire manege aan de Magdalenastraat te Haarlem. Het duel, waarbij
beiden lichtgewond raakten, werd met sabels uitgevochten. Duelleren was verboden en zij werden dan ook
samen met hun secondanten opgepakt. Prévinaire en zijn tegenstander kregen ieder een boete van 25 gulden
en de secondanten moesten ieder 10 gulden betalen. Destijds stonden er eigenlijk strenge straffen op het
houden van duels. Gebruikelijk was een straf van een maand tot 2 jaar hechtenis én een boete. Prévinaire kwam
er genadig van af. De rechter zag ‘de jeugdige jaren’ van de verdachte als verzachtende omstandigheid. De
jonge Marie Prosper Theodore Prévinaire kwam door de uitspraak echter wel terecht op een lijst van ‘criminele
Noord-Hollanders’.

Omdat hij het leuk vond om openbare verkopingen (veel van zijn bezittingen kwamen uit zulke verkopingen) bij te
wonen was hij in april 1848 bij een veiling van tuingereedschappen op hofstede Bosch en Hove in Heemstede
aanwezig. Om andere kopers wat te jennen dreef hij de prijs van broeibakken voor de teelt van druiven op.
Koper Steven Johan IJserstitt, die deze graag wilde hebben, betaalde door de acties van Prévinaire veel te hoge
prijzen voor de goederen. De boze IJserstitt kon het na afloop van de verkoping niet laten de prijsopdrijver toe te
werpen:

“Prévinaire, nu is het gedaan, ga nu je katoentjes maar ophangen.”

Blijkbaar viel dat bij Prévinaire niet in goede aarde, want iemand vertelde IJzerstitt na afloop van de verkoping
dat Prévinaire op hem ‘zou loeren’. Hij had volgens getuigen ook gezegd: “Ik zou wel lust hebben hem eene
rammeling te geven.” Twee dagen later was Prévinaire samen met twee vrienden op weg naar IJserstitt om hem
die ‘aframmeling’ te geven. De drie mannen wachtten in een rijtuig voor de hofstede van het slachtoffer, terwijl
de koetsier probeerde hem naar buiten te lokken. Toen IJzerstitt doorhad dat het Prévinaire was die kwaads in
de zin had, liet hij de koetsier de volgende boodschap aan zijn baas overbrengen: “Zeg aan die fabrieksjongen
dat ik Turk (een waakhond) op hem afsturen zal, als hij op mijne plaats (boerderij) durft te komen.” De koetsier
verklaarde later dat hij dacht dat de drie heren alleen maar een grap wilden uithalen.

De volgende dag begaf IJserstitt zich te voet richting Haarlem. Lopende op de Spanjaardlaan kwam er opeens
een rijtuig dwars over de weg staan die IJzerstitt de doorgang verhinderde. Prévinaire sprong uit het rijtuig en
begon er driftig op los te slaan. IJserstitt verdedigde zich hevig en sloeg de aanvaller een blauw oog én zijn
tanden door de lip. Aangedaan vervolgde IJserstitt zijn weg. Prévinaire hield echter niet op en was nog steeds
blind van woede. Tijdens het drinken van een kopje koffie in de Sociëteit zag hij zijn slachtoffer voorbijwandelen.
Terstond zette hij de achtervolging in. Tenslotte trof hij hem in ‘het logement van Stoffels’ (een herberg), waar hij
wederom in razernij IJzerstitt flinke verwondingen toebracht, zodat deze volgens een arrest van de Haarlemse
rechtbank: “Onderscheidene wonden bekomen had en in het aangezicht bloeide.” Tal van getuigen hadden de
tomeloze agressie van Prévinaire gezien, zodat hij werd veroordeeld:

“Terzake van mishandeling en verwonding tot eene gevangenisstraf van drie maanden, en tot twee geldboeten,
de eene ter zake van de mishandeling bij de Spanjaardlaan, van vijftig guldens, de tweede van honderdvijftig
guldens, ter zake der mishandeling en verwonding in het logement van Stoffels, alsmede in de kosten van het
rechtsgeding, evenals de geldboeten, invorderbaar des noods bij lijfsdwang, bedragende twaalf guldens en vijf
en tachtig en een halve cents, de kosten der beteekening van dit vonnis niet gerekend.”

Het arrest van de rechtbank schetst een zeer lichtgeraakt persoon die geen tegenspraak en kritiek duldde.

Tijdens zijn verblijf in de gevangenis werd er een bal in de Sociëteit gehouden waar tal van notabelen bij
aanwezig zouden zijn. Ook de adellijke dochter van Van Wickevoort Crommelin, waar hij een oogje op had, zou
van de partij zijn. Om toch het bal bij te kunnen wonen en met haar te kunnen dansen kocht Prévinaire de cipier
om. Na het feest meldde hij zich weer bij de gevangenis om zijn straf verder uit te zitten.

Historiek Van lichtgeraakte fabrieksdirecteur tot grootgrondbezitter
Vonnis In naam des Konings
De arrondissements-Regtbank, zitting hebbende te Amsterdam, derde
Kamer, regt doede in zaken van Correctionele Policie, in het
Eerste Ressort;
Gezien hebbende het Proces-Verbaal van
den commissaris van
politie der stad Haarlem, nummer 148
op den zesden februarij 1800zesenveertig opgemaakt ten laste van - en de
dagvaarding namens den Officier van Justitie op den
negenden mei dezes
jaar
beteekend aan
Theodore Prèvinaire:-
Bernard Thèodore Anne Westerouwen van Meeteren,
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn, en
Hendrik Herman Guèrin,
gedaagden:-
Gelet op het bevel der raadkamer van het Provinciaal
geregtshof in NoordHolland van zestien april jongstleden
waarbij de beklaagden naar de correctionele regt-
zitting dezen regtbank zijn verwezen;-
Gehoord de aanklagte van den Officier, tegen de voormelde
Theodore Prèvinaire, oud 24 jaren, fabrikant,, geboren
te Brussel, wonende te Harem;-
Bernard Thèodore Anne Westerouwen van Meeteren, oud
22 jaren, tweede luitenant bij de zware dragonders in garni-
zoen te Haarem, geboren te Oude-Tonge
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn, oud 20 jaren, zonder
beroep, geboren te Utrecht, wonende te Haarlem;-
Hendrik Herman Guèrin, oud 30 jaren, tweede luite-
nant bij de zware dragonders in garnizoen te Haarlem,
geboren te Amsterdam
Gehoord de mondelinge verklaringen der Getuigen, ten verzoeke van
gemelden Officier gedagvaard,
Gehoord het Requisitoir van dezelfden Officier, daartoe strekkende: < dat
"de beklaagden Theodore Prèvinaire, Bernard Thèodore Anne Weste-
"rouenvan Meeteren, Jan Cornelis Louis Druijvesteijn en Hendrik Her-
"man Guèrin zulen worden verklaard, de beide eersten schul-
"dig, de beide laatsten medepligtig aan het met voorbedachte
"rade toebrengen van kwetsuren, welke geen ziekte of belet-
"sel van te werken van meer dan twintig dagen hebben veroor-
"zaakt en dientengevolge veroordeele tot eene gevangenzet-
"ting van den tijd van tenminste twee, ten hoogste vijf ja
"ren, - tot betaling van een geldboete te bedrage van ten
"minste F25:- te hoogste F 250:- ieder en in de kosten even
"als de geldboete executabel.bij lijfsdwang en op ieder
"hunnen voor't geheel te verhalen".-
Gelet op de verdediging der beklaagden:
De voorschriften der wet in acht genomen zijnde;
Gezien
Gezien art. 311, 309, 59, 60, 55, 463 en 52 van het Strafwetboek, en
art. 206, 207, 211
, 203-----in verband met art. 227
van het Wetboek van Strafvordering, luidende:
Art. 311.
"Wanneer de kwetsuren of slagen geenerlei ziekte of beletsel van te werken,
"als bij art.309 gemeld, veroorzaakt zullen hebben, zal de schuldige met
"eene gevangenzetting van Eene Maand tot Twee Jaren, en eene geldboete van
"Zestien tot Tweehonderd Franken gestraft worden."
"In geval van voorbedacchten rade of verradeijken aanval zal
"de gevangenzetting zijn voor twee tot vijf jaren en de geldboete van vijf-
"tig tot vijfhonderd franken".-
Art. 463.
"In alle gevallen, waarin de straf van Gevangenis bij dit Wetboek gesteld
"wordt, worden de Vierscharen gemagtigd om, bijaldien de omstandigheden
"het wanbedrijf schijnen te verkeinen, de gevangenis zelfs tot beneden de Zes
"Dagen, en de boete zelfs beneden de Zestien Franken te verminderen. Zij
"zullen ook de eene of de andere dezer straffen afzonderlijk mogen wijzen, zonder
"dat zij (echter) in eenig geval, beneden de bloote Policie straffen mag zijn."
Art. 59
"De medepligtigen aan den misdaad of wanbedrijf zullen met
"dezelfde straf gestraft worden als de hoofddaders zelven, behoudens
"de gevallen, waarin de wet anders bepaald zou mogen hebben"-
Art. 60
"Als medepligtige aan een feit met den naam van misdaad
"of wanbedrijf bestempeld, zullen gestraft worden. Die wapenen,
"werktuigen, of welke ander middel ook dat tot het feit gediend heeft
"verschaft zullen hebben, met voorweten dat zij daartoe dienen zouden;
"die de bewese zijnde den dader of de daders van het feit in de bedrij-
"ven welke dienden om het voor te bereiden of te doen gelukken, of in de
"bedrijven die het voltooijden bijgestaan of geholpen zullen hebben"-
welke artikelen ter openbare teregtzitting zijn
voorgelezen:
Overwegende dat uit de erkentenissen der beklaag-
den is gebleken, dat de beide eerste beklaagden op den
eersten Februari jongstleden in de societeit: Trouw
moet blijken te Haarlem in eene woordenwisseling
zijn geraakt, welke dat gevolg heeft gehad, dat zij
elkanderen hebben uitgedaagd en tusschen hen
bepaald is geworden, dat zij zich bekoming
van genoegdoening wederzijds zouden vinden op
eene andere plaats; dat dientengevolge de derde
beklaagde zich heeft aangeboden voor den eersten
beklaagde bij het voorgenomene gevecht als sec
conde of assistent te verstrekken, terwijl de vier-
de beklaagde op verzoek des tweeden beklaagden
zich mede bereid heeft verkaaard de sec
condant van dezen te zijn: dat vervolgens tus-
schen de beide laatste beklaagden is bepaald dat
het zamentreffen zou plaats hebben den volgen-
den middag ten vier ure in de militaire mane-
ge te Haarlem; dat partijen zich tot het gevecht
zouden bedienen van sabels, als zijnde naar het
oordeel der beide laatste beklaagden, het minst
gevaarlijke wapen, en dat het gevecht bij het zien
zien van het eerste bloed zou worden gestaakt. Dat ten
gevolge dezer bschikkingen de beide eerste bekaagden zich
ter bestemden plaatse op het besprokene uur hebben be-
vonden, ieder vergezeld van zijnen secondant, de beide
laatste beklaagden; nadat eene vroeger beproefde poging
tot minlijke schikking was afgesprongen; dat aldaar
dan ook werkelijk tusschen de beide eerste beklaagden
bijgestaan door de beide laatste beklaagden als secondan-
ten een gevecht met den sabel heeft plaats gegrepen,
waartoe de tweede bekaagde zijn eigen sabel heeft ge-
bruikt en de vierde beklaagde den zijnen aan den eersten
beklaagde heeft verstrekt; dat het gevolg van dit
gevecht is geweest, dat de beide eerste beklaagden elk-
ander wederkeerig en gelijktijdig eene ligte wonde
met den sabel hebben toegebragt; dat de bekomene
wonden dadelijk verbonden zijn door den derden ge-
tuige, terwijl daaarna de eerste beklaagde verder is
behandeld door den tweeden getuige. Dat deze won-
den spoedig zijn genezen en de beide eerste beklaag-
den niet in eenigen deele daardoor verhinderd zijn
geweest hunne gewone bezigheden te verrigten;
dat de tweede getuige zich, op verzoek van den der-
den beklaagde in de nabuurschap had bevonden, ter
wijl de derde getuige zich mede gereed had gehouden
ten verzoeke des vierden beklaagden; aan welke
getuigen was medegedeelt, dat hunne hulp waar-
schijnlijk aldaar noodig zou zijn:
Overwegende dat de eerste getuige bij wijze van
inlichting heeft verklaard, dat hij de voormelde woor-
denwisseling in de societeit had bespeurd en wist
dat het voornemen tot een gewapend zamentreffen
daarvan het gevolg is geweest; dat hij daarbij eerst
als secondant van den eersten beklaagde zou hebben
gefungeerd, doch dat later de derde beklaagde als
zoodanig is opgetreden:
Overwegende dat de vorenstaande daad ..........
bevestigd door de beeedigde verklaring van de
tweeden en derden getuigen; van welke de tweede
heeft opgegeven dat hij door den derden beklaagde
was uitgenoodigd om zich te bevinden in de Magde-
lenenstraat bij de rijschool te Haarlem in den na-
middag van twee februarij jongstleden tegen vier
ure, met te kennen geving, dat zijne hulp welligt
als dan vereischt zou worden; dat hij ten bestem-
den tijde en plaatse gekomen is en na een poos wach-
tens geroepen is in de rijschool alwaar hij den eer-
sten beklaagde aantrof zonder bovenkleeding met
eenige scheuren of sneden in het overhemd, terwijl
de derde getuige dezen een eerste verband aan den
schouder aanlegde; dat hij dit verband goedkeurende
den volgenden dag bij het veranderen van het ver-
band heeft gezien, dat de eerste beklaagde eene huid-
wond
wond ter lengte van eene palm over den schoudertop had, ...-
melijk veroorzaakt door eenig snijdend werktuig, welke
wonde spoedig is genezen en dier beklaagde in geenen
deele in zijne bezigheden hinderlijk kan zijn geweest;
terwijl de derde getuige heeft verklaard, dat hij bij een
toertje te paard door den vierden beklaagde verzocht
is zich gereed te houden ten tijde voormeld in het Hospetaal
alwaar ook de dienst zijne tegenwoordigheid alsdan ver-
eischte, vermits er een duel zou plaatsvinden; dat hij
alstoen in de rijschool geroepen alwaar de vier beklaag-
den te zamen vond en wel de beide eerste beklaagden ie-
der met eene ligte huidwond, den eersten op den schouder
den tweeden aan den arm, veroorzaakt door een snijdend
werktuig; dat de wond des tweeden bekaagden na is
genezen en hem in niets in de waarneming zijner
dienst heeft gehinderd; dat hij het eerste verband aan
den eersten beklaagde heeft aangelegd, die verder be-
handeld is door den tweeden getuige;
Overwegende dat alzoo de feiten den beklaagden re-
spectivelijk ten laste gelegd, benevens de verzwarende
omstandigheid, waarop de beklaagden ter teregtzitting
door het Openbaar Ministerie, en gevolge art. 203 van
het wetboek van strafvordering zijn indachten ge
maakt  / dat namelijk de toegebragte wonden het gevolg
zijn geweest van eene afspraak tot een gevecht  / en hun-
ne schuld daaraan wettig en overtuigend zijn bewezen
Overwegende met betrekking tot de qualificatie
dier feiten; dat bij art. 311 van het wetboek van straf-
regt in het algemeen wordt gestraft, al wie eenige
verwonding moedwillig heeft veroorzzaakt, waaruit
geene ziekte of beletsel van te werken gedurende
meer dan twintig dagen is ontstaan; dat zulks in ca-
su, naar aanleiding der bewezene feiten door de beide
eerste beklaaagden is gedaan;
Dat, gelijk het aan den eenen kant waar is, dat eene
strafwet is strictisfimae interpretationis, het aan
de andere zijde ook niet ontkend kan worden, dat
elke
uitzondering op den algemeenen regel /  wel het straf
feloosheid van een gelijk feit zou medebrengen, indien
het onder bijzondere omstandigheden gepleegd is / uit
drukkelijk
in de wet zelve bepaald moet zijn:
Dat deze regel van algemeen regt ook uitdrukke-
lijk bevestigd wordt voor de bepaling van art. 65 van
den code penal, welke geene  verschooning van mis-
drijven dudt dan in die gevallen en omstandigheden
waarin
de wet zulks uitdrukkelijk verklaart:
Dat, wat ook de mindere of meerdere openbare mee
ning aangaande het zoogenaamd tweegevecht, gelijk
in casu de aanleiding der verwonding is geweest, moge
aanvoeren, deze omstandigheid nergens bij eenige
vigerende wet wordt aangeduid as eene zoodanig
welke eenige verandering moet te weeg brengen
in den algemeenen regel bij de wet vastgesteld; dat
manslag en verwondingen strafbaar zijn:
Dat in casu niets is gebleken dat de beklaagden in
in staat van krankzinnigheid verkeerden of door overmagt tot
de gepleegde verwonding zijn gedwongen: daar toch de omstan-
digheid, dat men zijne eer vermeent beleedigd te zien, niet ge
zegd kan worden eene zoodanige overmagt in den zin der wet
te zijn, waardoor men gedwongen wordt den ander daarna te
dooden of te wonden;
Dat in casu uit de bewezene feiten blijkt, dat hier geene
onwiilige verwonding, maar integendeel eene moedwillige
met voorafgegane afspraak en gemaakt plan om te wonden,
en alzoo met voorbedachten rade heeft plaatsgegrepen;
Dat ook in deze omstandigheid niet gedacht kan worden
aan provocatie, vermits de verwonding niet door zware
slagen of gewelddadigheden jegens iemand lijf of leven ver
wekt zijn, welke uit
den aard der zaak onmiddelijk in dat
geval zouden hebben moeten voorfgaan; terwijl evenmin
de omstandigheden, bij artl. 322 en 324 van den Code Penal
als faits d'excuse aangewezen, aanwezzig zijn;
Dat evenmin de bepalingen der artl. 327, 328 en 329 van den
Code Penal, welke
de eenige gevallen aanduiden, en welke
anderzins manslag of verwondingen niet onder het bereik
der gewone strafbepailngen daarop gesteld kunnen ....-
len, ieets inhouden, het welk op een dusgenoemd tweege-
vecht en speciaal in casu toepasselijk zou kunnen zijn:
Daar toch ( om van de overige gevallen aldaar opgenoemd
niet te gewagen, welke van zelve bij eene bloote lezing
het onderhavige geval blijken niet te bedoelen) hier ook
niet gedacht kan worden aan het moderamen inculpatae
tutelae het welk voorzeker uit den aard van dit regtsbe-
grip niet vermag uitgebreid te worden tot iemand, wel-
ke zich moedwillig in het gevaar begeeft van gedood of
gewond te worden, met den wil om den ander te dooden
of te wonden;
Dat alzoo de omstandigheid, dat een manslag of eene
verwonding gepleegd zij ter gelegenheid van een dusge-
noemd tweegevecht, nergens bij de wet bepaald zijnde
als uitzondering op den algemeenen regel, die regel zelf,
dat namelijk iedere manslag of verwonding moet ge-
straft worden, blijft bestaan, en in die omstandigheid, en
alzoo ook in casu toepasselijk is;
Overwegende dat dit te meer behoort te worden aan-
genomen, omdat vóór de omwenteling en dus vóór de in-
voering van den Code Penal en de strafwetten, die in deze
omwentelingstijd dit hebben voorafgegaan, er in Frank-
rijk wetten hebben bestaan, die de verwondingen door twee
gevecht veroorzaakt aan straffen onderwerpen:nade-
maal het niet denkbaar is, dat, toen, tengevolge van de
heerschende en in zwang gekomene begrippen, de gelijjk-
heid van allen, zoowel adelijken als burgelijken, voor de
wet werd vastgesteld en als beginsel in alles werd aan-
genomen, er eene uitzondering voor degenen, die zich
aan verwonding bij gelegenheid van een duel schul-
dig maaakten zoude bestaan, in tegensteling van
anderen, die ten gevolge van eene rixe dit deden, en
het mitsdien veeleer te vooronderstellen is, dat de
wetgever bij gelegenheid van het daarstellen van den
Code
Code Penal door zijn stilzwijgende verwondingen, door
welke oorzaak dan ook te weeggebragt, uit hetzelfde oog-
punt heeft willen beschouwen, het aan den regter over-
latende, om bij het beoordeelen van dezelve de omstan-
digheden, die de oorzaak daarvan geweest zijn, in het oog
te houden en naarmate voor deze de straf te bepalen:-
Dat deze opvatting ook versterkt wordt door de verklaring
van den rapporteur der Commissie van het wetgevend lig-
chaam, Monseignac, tijdens de zamenstelling van den Code
Penal, welke geheel onbeantwoord is gebleven en alzoo
geacht mag worden stilzwijgend te zijn toegestemd; waar
bij het duel gezegd wordt begrepen te zijn in de algemeene
bepalingen;
Overwegende dat, wanneer de hoofddaders schuldig
geacht worden aan overtreding der strafwet, ook zij die
in de daarbij aaangeduide wijzen, de hoofddaders hebben
geholpen en bijgestaan, evenzeer strafbaar zijn;
Overwegende dat alzoo de bewezene feiten moeten
worden gequalificeerd ten aanzien der beide eerste be-
klaagden het moedwillig en met  voorbedachten rade toe
brengen van kwetsuren, welke geenerlei ziekte of be-
letsel van te werken hebben veroorzaakt; en ten aan-
zien der beide laatste bekaagden medepligtigheid aan
dit wanbedrijf door des bewust de daders te helpen en bij
te staan in de bedrijven, welke dienden om het gepleeg
de feit voor te bereiden, te doen gelukken en te volttooyen
en den vierden beklaagde daarenboven door het verschaf-
fen van een wapen, dat tot dit feit heeft gediend, met
voorweten dat dit daartoe dienen zoude;
Verklaart de beide eerste beklaagden schuldig aan
dit wanbedrijf en de beide laatste beklaagden aan me-
depligtigheid aan dit wanbedrijf;
Overwegende echter dat ten deze van geen nadeel
boven de vijfentwintig franken is gebleken en de jeug-
dige jaren der beklaagden en de daarin gelegene meer-
dere prikkelbaarheid des gemoeds, in verband met de
boven bewezene feiten, dat de toegebragte wonden van
zeer geringen aard zijn geweest; dat het minst gevaar-
lijke wapen is gekozen, en de bepaling dat het gevecht
bij het eerste bloed zou worden gestaakt als verzach-
tende omstandigheden kunnen worden aangenomen
welke het wanbedrijf en de medepligtigheid daaraan
verkeinen;
Veroordeelt de beklaagden
Theodore Prèvinaire
en Bernard Thèodore Anne Westerouwen van Meeteren
ieder tot betaling eener geldboete van vijfentwintig
gulden
, en de beklaagden Jan Cornelis Louis Druijve
steijn
en Hendrik Herman Guèrin, ieder tot betaling
eener geldboete van
tien gulden en alle in de kosten
even als de geldboeten invorderbaar bij lijfsdwang
ten behoeve van den staat en op ieder hunnen voor
het geheel te verhalen.
gedaan
gedaan bij de Regtbank voornoemd, derde kamer, bij de
Heeren Mr V. Nieuhoff, waarnemend voorzitter, J.P.
van Walree en jonkheer P.L.H.J. Bosch van Drakenstein,
regters, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoor-
digheid van voornoemde Heeren / behalve Mr J.B. van Walree
welke verhinderd was te verschijnen / en van Mr J, Messchert
van Vollenhoven, ambtenaar van het openbaar ministerie
en F,F. Karzeboom, substitaire griffier, ter teregtzitting
van drie juny 1800 zes en veertig.
26 02 1836 woont
jonkheer Jan Willem
kleine houtstraat en
jonkheer Cornelis in
hotel het Gulden Vlies
Groote Markt wijk 6 no
79
Hendrik Samuel van
Wickevoort Crommelin
nieuwe gracht 248
Persoonlijke gegevens Johanna Maria "Johanna
Maria" van Wickevoort Crommelin

Zij is geboren op 25 april 1831 in Berkenrode.
Zij is overleden op 28 juli 1859 in Haarlem, zij was
toen 28 jaar oud.
Drentsche courant  02-01-1846
Drentsche courant 27-02-1846
Utrechtsche provinciale en stads-courant 03-04-1846
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 26-05-1846
Nieuwe Rotterdamsche courant 06-06-1846
Algemeen Handelsblad 08-06-1846 tot en met  "dat
het gevecht bij het eerste bloed zou worden gestaakt,
as verachtende omstandigheden kunnen worden
aangenomen."Veroordeelt, enz.  
22 april 1863

Krant:  NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Advertentie. C. Ament, G.J. Boelen, J.R. Bos Janszen en P. Reineke, makelaars, zullen op maandag de 27e april 1863, des avonds ten zes ure, ten overstaan van de notaris J.W.H.H. druijvesteijn, in de
Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, presenteren te verkopen:
-       Het extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast Nederlands gebouwd barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd AMERIKA, gevoerd door kapt. P.L. Zeeman, volgens
Nederlandse meetbrief lang 38 ellen 40 duimen, wijd 6 ellen 7 duimen, hol 4 ellen 95 duimen en alzo gemeten op 513 tonnen of 271 lasten.
-       Het extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast Nederlands gebouwd barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd BURGEMEESTER VAN REENEN, gevoerd door kapt. A.H.
Zwaneveld, volgens Nederlandse meetbrief lang 39 ellen, wijd 6 ellen 8 duimen; hol 4 ellen 96 duimen en alzo gemeten op 523 tonnen of 276 lasten. Laatst gemeld schip is in augustus 1862 gekoperd.
-       Twee aandelen, ieder à NLG 500, in de Sleepdienst Reederij tot het Sleepen van Schepen op het Groot Noord-Hollandsch Kanaal, onder directie van de heren J. Boelen J.R. Zn. en J.A. de Haas.
De voorzegde schepen liggen aan de Oosterdoks dijk te Amsterdam. Breder bij inventarissen omschreven en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors De Vries & Co., te Amsterdam.

07 januari 1867

Krant:  NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Advertentie. C.S. Oolgaardt, W. Bakker Bzn en H.J. Daam, makelaars, zullen als lasthebbenden van hun principaal, ten overstaan van de notaris J.W.H.H. druijvesteijn, de 18e februari 1867 des avonds
ten 6 ure in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, presenteren te verkopen: het uitmuntend gebouwd, extra snelzeilend, gekoperd en kopervast barkschip, genaamd WILLEM DANIEL,
gevoerd door kapt. H.H. Zeijlstra, groot volgens Nederlandse meetbrief lang 36 el 70 duimen, wijd 5 el 56 duimen, hol 5 el 6 duimen, en alzo gemeten op 459 tonnen of 242 lasten en verder met al
deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere toebehoren, als breder bij inventaris omschreven en liggende ter bezichtiging aan de werf De Boot, Groote
Wittenburgerstraat. Nadere informaties bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Oolgaardt en Bruinier.

18 maart 1872

Krant:  NRC - Nieuwe Rotterdamsche Courant
Advertentie. P. Reineke en A.D. Strumphler, makelaars, zullen op dinsdag 16 april 1872, des avonds ten zes ure, in De Brakke Grond in de Nes te Amsterdam, en overstaan van de notarissen
druijvesteijn en Pollones, aan de meestbiedende of hoogstmijnende presenteren te verkopen het extra ordinair, welbezeild, gekoperd en kopervast barkschip, varende onder Nederlandse vlag,
genaamd AUSTRALIË, gevoerd door kapt. J.G. Lucas. Volgens Nederlandse meetbrief lang 42,30 meters, wijd 7,40 meters, hol 4,83 meters en alzo gemeten op 672 tonnen of 355 lasten. Liggende aan
de werf St. Joris, op de Hoogte van de Kadijk.
Breder bij inventaris omschreven en nadere informatiën bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors de Wed. Jan van Wesel & Zoon, te Amsterdam.


Stichting Maritiem-Historische Databank
Dagboek MJ van Lennep 1858-1860 - Stichting van Lennep
“De Waterloo-campagne”.
Dit is een uitgave van de vereniging “2e Bataillon Grenadier
Compagnie”, www.grenadiercompagnie.nl
Marc Geerdink-Schaftenaar, Julianadorp, 2005-2017
Laatste bewerking september 2019
Overlijden op 14 januari 1918 te Bloemendaal
=
Vader
Cornelis Druijvesteijn

Moeder
Jacoba Louisa Catharina van Hees

Overledene (vrouwelijk)
Cornelia Louisa Johanna Druijvesteijn, geboren te
Utrecht, 90 jaar oud
Als eerste werd in 1849 in de gemeente Bloemendaal, nabij Santpoort,
het provinciaal gesticht „Meer en Berg” geopend, aanvankelijk voor 250
patiënten, maar eind 19e eeuw is dat aantal al naar ca. 1300 opgelopen
Landmacht: Stamboeken Officieren, Achternaam: Druyvesteyn
Periode: 1813 1924
Achternaam Druyvesteyn
Voornaam Cornelis
Bronverwijzing
Nummer toegang: 2.13.04, inventarisnummer: 94, folionummer: 12
Nummer toegang: 2.13.04, inventarisnummer: 213, (no.2431)
Nummer toegang: 2.13.04, inventarisnummer: 294, folionummer: 13
Nummer toegang: 2.13.04, inventarisnummer: 370, folionummer: 13

Niet digitaal, geen scans te bestellen.
Vestiging in gemeente 01 05 1850
Vorige woonplaats Heemstede
Vertrek uit gemeente 24 10 1855
Naar 's Hage

Caroina Maria gehuwd juni 1855
vertrekt 10 06 1855 naar 's Hage
Jan Iman Hendrik Gerard van Wickevoort Crommelin, geboren op 11 januari 1828 te Breda
Militaire Willems-Orde: Druyvesteyn, C.
Gegevens dapperheidsonderscheiding
Niveau MWO        4
Datum Koninklijk Besluit        18-07-1815 No. 68
Registernummer        61
Mutatie        Quatre-Bras en Waterloo
Mutatieperiode        16 en 18 juni 1815
Persoonsgegevens
Rang, functie of beroep        2e luitenant
Onderdeel        Wapen der Cavalerie, Landmacht
Aan boord van / behorende tot        Regiment Lichte Dragonders No. 5
Geboren        1794
Overleden        22 mei 1852 in Haarlem
One notices that the veterans
are almost all in their late 70s
or 80s and everyone wears
the Saint Helena medals that
were issued on August 12,
1857.
Mauban is
trompetttist
Ingekleurd door 10 / 01 / 2019 Marina
Amaral
Huwelijk op 14 juni 1855 te Haarlem
=
Vader van de bruidegom
Petrus Medus Cornelius van Wickevoort Crommelin

Moeder van de bruidegom
Emmerica Catharina Sebilla Elemans

=
Bruidegom
Jan Iman Henrik Gerard van Wickevoort Crommelin, geboren te Breda, 27 jaar
oud, 1e luitenant bij het regiment grenadiers en jagers van beroep

Bruid
Carolina Maria Druijvensteijn, geboren te Utrecht, 25 jaar oud, wonende
alhier aan de Nieuwegracht

=
Vader van de bruid
Cornelis Druijvensteijn

Moeder van de bruid
Jacoba Louisa Catharina van Hees

getuigen van de bruid:
Jan Wilem Hendrik Hermn Druijvesteijn, oud een en dertig jaar, zonder beroep,
wonende in Amsterdam
Jan Cornelis Louis Druijvesteijn, oud negen en twintig jaar, boekhouder
bij de nederlandsche handelsmaatschappij, wonende als
voren broeders van de bruid
25 te Passy (Parijs). Petrus Cornelis
van Wickevoor t
Crommeliii, geb. te 's-Gravenhage 11
Maar t 1858,
eenige zoon van Jan Iman Hendrik
Gerard en van
Carolina Maria Druyvesteyn.

DNL 1886 jaargang 4