Titel
Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Haarlem,
Noord Holland, sectie C, blad 01 (MIN07040C01)
Gemeentecode
07040
Objectnummer
MIN07040C01
Sectie C genaamd Botermarkt
nr 523
Deze kadastrale administratie werkt
met minuutplans en Oorspronkelijk
Aanwijzende Tafels (OAT's)

De minuutplans zijn tussen 1811 en
1832 opgemeten. Het zijn
gedetailleerde kaarten en ze geven de
secties van 1 oktober 1832 weer.
Hierop staan alle percelen met hun
begrenzingen en hun bebouwing.

De OAT is een register waarin
eigenaren op naam zijn terug te vinden
in een kadastrale legger. De leggers
verwijzen naar een woning of een
boerderij in een gemeente. Eventuel
worden mede-eigenaren en
vruchtgebruikers, woonplaats en
beroep van de eigenaar ook genoemd.
jonkheer Willem Philip Barnaart
(1781-1851).
Nummer doos 912
De huisnummering van nu is van 1877
wijknummering vanaf de Franse Tijd (1795). In 1809 is de wijknummering vernieuwd.
Kadastrale kaart van de gemeente Haarlem (minuutplan vervolg), sectie C, blad 1,
genaamd de Botermarkt 1897
Kaart der stad Haarlem : vervaardigd
naar de kadastrale meting in het jaar
1822 / F.J. Nautz ; gegraveerd door
W.C. van Baarsel
Bevolkingregister, in 1849 aangelegd als volkstellingsregister en van 1850-1859 bijgehouden als
bevolkingsregister; met indexen
Volkstellingsregister 1829
Volkstellingsregister 1839
Eind 1613 werd begonnen met de
aanleg van de Herengracht. De
Prinsengracht werd in 1614 gegraven,
de Keizersgracht in 1615
Verkavelingspatroon
Het laatmiddeleeuwse
verkavelingspatroon kan bestaan uit
een hoofdstraat (de verkavelingsas)
met loodrecht
daarop gelijkmatige parallelle kavels.
20 Dit patroon is herkenbaar aan de
lange verkavelingslijnen die over
meerdere
bouwblokken volgbaar zijn. Deze
oudste kavelstroken kunnen tientallen
meters lang geweest zijn, zoals bekend
uit
Dordrecht en Beverwijk.21 De stroken
hadden een regelmatige breedte. De
standaardverkavelingsbreedte in Haarlem
ten noorden van de Beek was 5,9
meter, oftewel 1,5 Haarlemse roede.22
Dit is een vrij normale breedte voor
kavels in de stad, aangezien
aangetoond is dat ook in Dordrecht,
Gouda, Delft en ‘s-Hertogenbosch de
kavels een
vergelijkbare grootte hadden.23 Dit is
voor de genoemde steden terug te
voeren op een maatverdeling van 1,5
roede,
waarbij de grootte van de roede
varieerde. De Haarlemse roede (3,77
m) was ongeveer 20 cm kleiner dan de
Rijnlandse
roede (3,91 m). De breedte was
gestandaardiseerd, maar de diepte en
daarmee de oppervlakte van een kavel
verschilde sterk.
Bebouwing op de kavels
De regel is dat de voorgevel van de
huizen aan de rooilijn staat. De oudste
woonhuizen in de stad wijken hier
echter
soms vanaf; ze stonden namelijk in
enkele gevallen wat meer op de straat
of juist midden op het erf.29 Mogelijk
dateren zij uit de ‘rooilijnloze periode’,
30 toen het stadsbestuur nog geen
besluiten had genomen ten aanzien
van
de positie van de rooilijn, of misschien
was er in het geheel nog geen straat.
De oriëntatie van een huis in de stad is
doorgaans met de kopse zijde naar de
straat en de nokrichting haaks hierop
gericht. Een enkele maal staat de lange
gevel aan de straat en is de
nokrichting hier evenwijdig aan
gelegen. Dit laatste type wordt
dwarshuizen genoemd.31
Het dwarshuis lijkt drie praktische
voordelen te hebben. De afwatering
van het dak vond plaats aan de
straatzijde en
men won daardoor ruimte in het
inwendige huis, omdat er geen ruimte
voor een osendrop tussen twee huizen
nodig
was. Hoewel osendroppen in de regel
verdwijnen met de komst van de harde
dakbedekking (daktegels of dakpannen
in plaats van riet) blijft afwatering
problematisch. Een ander voordeel
was dat een dwarshuis meer
lichtintreding
heeft. Een derde voordeel was in het
geval van een stadsbrand. Daarbij was
het de gewoonte om de
verspreiding van brand tegen te gaan
door de topgevels van huizen neer te
halen. Bij een dwarshuis is dit niet
mogelijk.
Wanneer zijn huis niet in de
vlammenzee opging, had de
individuele eigenaar het voordeel dat
zijn huis ook
nog een kap had.32
Een nadeel zal geweest zijn dat de
belasting op een dwarshuis hoger was.
Bij de opstelling van erfpacht of
hoefslagen
was de breedte van het kavel
bepalend voor de prijs, ongeacht de
diepte.33 De kavelprijs kon overigens
wel lager
uitvallen. Bij de stadsuitleg in Haarlem
van 1672 waren de langere, diepere
percelen duurder.34 Een ander nadeel
is dat het huis minder geschikt lijkt te
zijn geweest voor een bedrijfsfunctie
aan huis, omdat men het huis minder
makkelijk
kon opdelen in een bedrijfsgedeelte
aan de straatzijde en een
woongedeelte aan de achterzijde.
Het voorkomen van brede kavels
maakt het mogelijk dwarshuizen te
bouwen. In het algemeen kan het
voorkomen
van dwarshuizen in verband gebracht
worden met een lagere economische
druk op de uitgifte van de kavels. Zo is
althans
het voorkomen van meer dwarshuizen
verklaard in de 14e-eeuwse
uitbreidingswijk het Rapenburg in
Leiden.36
Deze zienswijze laat zich bevestigen
door het feit dat in Haarlem aan de
Nieuwe Gracht in de 17e eeuwse
uitbreidingswijk
Nieuwstad opvallend veel dwarshuizen
staan. Dit geldt bijvoorbeeld voor
Nieuwe Gracht nummer 20 tot en met
52.37
Zeker is dat de economische druk op
de uitgifte van de kavels daar van
meet af aan zeer gering was. De
recessie zette
in, de verkoop stagneerde en het
volbouwen van de Nieuwe Uitleg
verliep uiterst traag.
Haarlem-Bakenes: een dwarse interpretatie van de
14e
-eeuwse stedelijke ontwikkeling
ROOS VAN OOSTEN
media.leidenuniv.nl/legacy/haarlems-bodemonderzoek
19de-eeuwse huizen

Willem Philip Barnaart, kamerheer van
koning Lodewijk Napoleon en
burgemeester van Haarlem liet in
1804-'07 het Huis Barnaart (Nieuwe
Gracht 7) [69] bouwen. Abraham van
der Hart ontwierp een statige brede
empire-gevel met hoge dubbele
bordestrap. Het zandstenen
middenrisaliet met kolossale ionische
pilasters wordt gedekt door een
driehoekig fronton met halfrond
venster. Aan de achterzijde heeft het
huis een driezijdige erkeruitbouw. Van
1880 tot 1940 was het de ambtswoning
van de commissaris der koningin in
Noord-Holland. Het rond 1942 en in
1991 gerestaureerde gebouw (nu
kantoor) is inwendig uitgevoerd in
empire-stijl met bovendeurstukken van
A. de Lelie, marmer- en stucwerk van
J.J. Martin en marmeren
schoorsteenmantels van de firma P.F.
Franzi. De met imitatiemarmer beklede
Erkerzaal of Grote Eetkamer bevat
twee kolomkachels (J. le Febvre
Caters et fils). Andere belangrijke
vertrekken op de bel-etage zijn de
Gouden Zaal met goudgele zijden
bespanningen en de Etruskische
Kamer met op de Oudheid gebaseerde
wandversieringen (J. Kamphuysen).
Achter de in 1943 heringerichte tuin
staat het koetshuis (Ridderstraat
19-21) uit circa 1780 met zuilenportiek
en lantaarn (toegevoegd 1880).
Het in 1882 naar een rijk
neorenaissance-ontwerp van P.
Kleiweg Dyserinck en A.J.C. van
Gemund gebouwde dubbele herenhuis
Nieuwe Gracht 5-5a is voorzien van
pilasters met kariatiden. De
gebeeldhouwde wapens van
belangrijke Hollandse steden en het
provinciewapen (F. Stracké)
herinneren aan het gesloopte huis uit
1695, dat tussen 1823 en 1879 diende
als ambtswoning van de commissaris
der koningin in Noord-Holland (daarna
het buurpand Huis Barnaart)
De gevel van het brede drielaagse
patriciërshuis Nieuwe Gracht 13 is
voorzien van een hardstenen
bordesstoep en een pronkrisaliet en
kroonlijst in Lodewijk XV- en Lodewijk
XVI-vormen (tweede helft 18de eeuw).
De overgang van de Lodewijk XIV-
naar de Lodewijk XV-stijl is zichtbaar bij
de kroonlijstconsoles en de detaillering
van de ingangsomlijstingen van de
herenhuizen Nieuwe Gracht 72 en
Nieuwe Gracht 78
Andere herenhuizen uit de eerste helft
van de 18de eeuw met een
pronkrisaliet in Lodewijk XIV-stijl zijn
Nieuwe Gracht 74 (met fraai stoephek)
Ensie Monumenten in Noord-Holland
Pand met rechte kroonlijst        Huis
Woonhuis        1691 (jaartal op
bint)                Nieuwe Gracht 1
Jansstraat 2 hoekhuis voor of
omstreeks 1690 gebouwd
(jaarverslagen en jaarboeken VH 01
01 1990)
Hofje van Noblet 1760
gereformeerd

1 september 1884 | Adresboeken
Haarlem | pagina 289  

IJpeij (F), ritmeester der huzaren,
Nieuwe Gracht 3.

1 januari 1891 | Adresboeken Haarlem
| pagina 138  

Hemert (J A von), directeur der
Amstel-hotel maatschappij en der
duinwatermaatschappij te Amsterdam,
Nieuwe Gracht 3.
Pieter Wils 1646
Beeldbank.cultureelerfgoed.nl
oorspronkelijke aanwijzende tafel
haarlem
https://www.vpnd.nl/bronnen/nh/haarlem/haarlem_verp_1733_573b_07.pdf

Bevolkingsregister Haarlem, 1849-1859

Geregistreerden
Jaantje Hensing, geboren op 14 april 1835 te Zwolle, dienstbode van beroep
Cornelis Druijvesteijn, geboren op 22 augustus 1794 te Haarlem
Gesina Steenbergen, geboren op 2 december 1816 te Zwartsluis, dienstbode van beroep
Rudolph Floris Karel de Bruijn, geboren op 2 april 1855 te Zwolle
Elisabeth Maria de Bruijn, geboren op 11 juni 1853 te Deventer
Carel Berend Hendrik de Bruijn, geboren op 7 maart 1852 te Deventer
Willem Hendrik Roijer, geboren op 20 september 1848 te Zwolle
Elisabeth Anna Maria Bentinck, geboren op 10 januari 1823 te Raalte
Hendrik Elias de Bruijn, geboren op 8 januari 1815 te Zwolle, ritmeester van beroep
Anna Maria Hollemans, geboren op 8 mei 1836 te Haarlem
Jacoba de Vink, geboren op 15 november 1830 te Leiden, dienstbode van beroep
Cornelia Bronkhorst, geboren op 2 oktober 1821 te Haarlem, dienstbode van beroep
Catharina Derks, geboren op 11 maart 1818 te Spaarnwoude, dienstbode van beroep
Cornelia Anna van Sijpesteijn, geboren op 8 januari 1856 te Haarlem
Dina van Heel, geboren op 5 mei 1820 te Haarlem, dienstbode van beroep
Willemina de Bruin, geboren op 25 oktober 1817 te Haarlem, dienstbode van beroep
Anna Maria van Lennip, geboren op 21 juli 1828 te Amsterdam
Jacob Wigbold Ascasius van Sijpesteijn, geboren op 30 april 1815 te Haarlem
Anna Geertruida van der Linden, geboren op 5 september 1830 te Haarlem, dienstbode van
beroep
Carolina Marie Druijvesteijn, geboren op 6 juni 1830 te Utrecht
Cornelia Louisa Johanna Druijvesteijn, geboren op 26 juli 1824 te Utrecht
Catharina Barbara van Hees van den Tempel, geboren op 3 januari 1810 te Rotterdam
Jacoba Louisa Catharina van Hees van den Tempel, geboren op 3 april 1802 te Rotterdam
Jannetje Jansen, geboren op 15 mei 1825 te Deventer, dienstbode van beroep