Bewoners en bedrijven voor zover bekend.   index
Haarlemsch Dagblad
02 09 1896
1928
Openbare verkoping
1931 te huur
NvdD 23 06 1885
1853 eerste Nederlandse
waterleiding. Jacob van Lennep /
Amsterdamse Duinwater
Maatschappij. Loden leidingen
voor huisinstallaties vanaf 1882.
Eerste groepswaterleiding voor
gemeenten 1911
Januari  1852 Verkoop namens erfgenamen W.P. Barnaart van Berge
Een Kapitaal, Dubbel huis en erve
Acht modern behangene Beneden- en Bovenkamers.
Beneden huis, waarin Keuken, Wijn-, Provisie- en Turfkelders.
Groote fraai aangelegden Tuin en daarachter Koetshuis met Stalling voor drie Paarden,  uitkomende in de Ridderstraat.
Benevens een daarachter gelegen Huis en Erve in de Ridderstraat, get. Wijk 6, Nr 232
Verkocht voor F. 6550,--.
Juni 1885 Hr. Smissaert Te koop of te Huur
Een logeabel HUIS met 8 kamers, 2 kabinetjes, groote Serre, prachtige Tuin, Gas en Waterleiding.
December 1928 Openbare Verkooping
Heerenhuis met erf en tuin. In het perceel bevindt zich een volledige safe-inrichting.
Geschikt voor kantoorlocalen en ged. als zoodanig verhuurd.
Augustus 1896 Veiling opgeh. F. 14005.
Een dubbel Heerenhuis en Erve met grooten Tuin.
juni 1927 te huur
(vrije etage) 3 groote gestoffeerde lokalen te huur.  Ook afzonderlijk. Met inbegrip berging kluis
januari 1928 te huur
Gestoffeerde Kantoorlokalen te huur
op eersten stand (Parterre) w.o. 2 groote kamers, elk pl.m. 40 M2. en 2 kleinere, alsmede kluiskamer en ruime kluis. Congierge
aanwezig. Huurprijs f.1200-- per jaar.
Juni 1928 te koop of te huur
Heerenhuis, gelegen aan de Nieuwe Gracht, met vaste één en tweepersoons waschtafels enz.
September 1941 Openbare Vrijwillige Verkoping
Hrt Heerenhuis, ingericht als kantoorgebouw en erf aan de Nieuwe Gracht 11 te Haarlem, groot 5.60 Are.
Verhuurd in drie gedeelten voor totaal F 362.50 p. kwartaal.
Januari 1931 Te Huur
Op eersten stand te haarlem eenige keurig gestoffeerde kantoorlokalen.
September 1941 Veiling opgehouden
Heerenhuis en erf Nieuwe gracht 11. F 14.900.

Tegenwoordig vormt de serre meestal één geheel met het huis, veelal bij
de woonkamer. Vroeger was de serre een aparte tuinkamer, vaak
afgescheiden van de rest van het huis en daarmee een aanbouw in
plaats van een uitbouw: de bestaande gevel werd niet weggebroken
maar de serre was een extra kamer. Serres komen vooral vanaf de 19e
eeuw voor; in de beginperiode waren serres vooral voor de planten
bestemd: de niet-winterharde planten konden hier overwinteren, zoals bij
een oranjerie. Belangrijkste kenmerk van de tuinkamer was dat er veel
vensters waren met zicht op de tuin; dat werd soms gerealiseerd door
een veelhoekige kamer.
Joost de Vree
Bouwwijze

Serres en veranda’s zijn meestal aangebouwd aan de zonnige (zuid)kant
van een pand, waardoor de warmte van het zonlicht het best benut kan
worden. Aan de oost- en westkant profiteert de eigenaar sterker van de
ochtend-, respectievelijk de avondzon. Er komen echter ook serres en
veranda’s aan de koele schaduwrijke zijde voor, veelal om het contact met
de straat te verhogen.

Serres en veranda’s zijn aanbouwen, en geen uitbouwen. Een aanbouw is
tegen een groter bouwlichaam geplaatst. Een uitbouw is een vergroting
van een ruimte, waarvoor vaak meer constructieve voorzieningen moeten
worden getroffen dan bij aanbouwen. Serres komen alleen voor op de
begane grond, soms met het sobere uiterlijk van een kas, maar vaak ook
fraai afgewerkt, bijvoorbeeld met geprofileerde dakranden en gekleurd
glas. De plattegrond is meestal rechthoekig. Ook veranda’s liggen op de
begane grond. Ze bestaan uit staanders of kolommen die een dak
ondersteunen, met tussen de kolommen lage hekwerken. De voorgevel is
open; de zijgevels kunnen open of dicht zijn.
De gevels van de oudste serres zijn – net als oudere veranda’s – zowel in
horizontale als verticale richting verdeeld in traveeën. Van onder naar
boven geldt vaak een indeling van borstweringen, grote ramen en
daarboven kleine ramen. Gebruik van staal en de komst van grotere ruiten
zorgden ervoor dat de gevels in nieuwere serres vrijer ingedeeld konden
worden. De toegang van een serre gaat zowel vanuit het huis of het pand
als vanuit de tuin via dubbele deuren. Ook een veranda bereikt met vanuit
het huis via een enkele of dubbele deur, waarbij het niveauverschil tussen
beide ruimtes vrijwel altijd gering is.

Combinaties

Serres en veranda’s komen in verschillende combinaties voor, met
balkons, erkers, galerijen en hier en daar met souterrains, portieken en
zelfs uitkijktorentjes. Veel voorkomend zijn serres of veranda’s met een
balkon op de eerste verdieping. Soms zijn daarbij meerdere balkons
boven elkaar gebouwd. Deze balkons zijn gebouwd in hout, steen of staal,
en kunnen de verschijning hebben van een veranda, vooral bij gebouwen
uit de late negentiende eeuw. Deze ruimtes kunnen echter het beste
worden aangeduid als overdekte balkons.

In plaats van een balkon kan ook een erker boven een serre of veranda
zijn gebouwd. Een (grote) erker lijkt op een serre, maar heeft geen
buitendeur. In het interbellum kregen woonkamers op de begane grond
vaak een erker, zowel als uitbouw, maar ook als aanbouw.

Traditioneel in hout

De eerste serres en veranda’s zijn grotendeels in hout gebouwd. Tegen
het einde van de negentiende eeuw wordt er steeds meer staal toegepast
en soms gietijzer voor de constructie. Serres van woningen hebben
traditioneel een bakstenen fundering en soms ook borstwering. Na 1900
wordt er ook beton toegepast, dat echter meestal niet in het zicht blijft.
Natuursteen voor de afwerking wordt – vanwege de hoge kosten – niet
vaak toegepast.
Bij serres en veranda’s kunnen verschillende bouwdelen op een andere
wijze zijn toegepast dan voor de rest van een woning of gebouw. Daarbij
gaat het dan om het dak, het houtwerk, glaswerk, de ventilatie en
zonwering, de achterwand, de vloer- en plafond(afwerking). Bij herstel
en/of restauratie verdienen vooral deze bouwdelen veel aandacht. In een
volgend nummer van RenovatieTotaal wordt ingegaan op een zorgvuldige
aanpak.


BouwTotaal
De meeste villa’s aan oude lanen kregen eind 19e eeuw een serre. Het beschikbaar komen
van
groot vensterglas gaf daartoe de mogelijkheid, al was het eerst nog echt kostbaar. De eerste
Baarnse villabewoners waren zo enthousiast over de toepassing van het beschikbaar komen
van glas dat ze veranda’s (‘warandes’) en muren aan de tuinzijde lieten wegbreken om er een
modieuze serre aan te bouwen.
Historische Kring Baerne
Tuinarchitectuur
Aanvankelijk waren de tuinen deels functioneel ingericht. Direct achter het huis lag een terras, daarna kwam de siertuin en daarachter lag
vaak een groenten- of kruidenperk of een bleekveld. Later kreeg de siertuin de overhand. Tot het eind van de achttiende eeuw had zo'n
tuin een formele aanleg met geometrische indeling. Ze waren symmetrisch in de lengteas, op de zichtlijn vanuit het midden van het huis.
Er waren perken met beplanting in sierlijke patronen, de zogenoemde 'broderieparterres' of 'parterres', die werden omsloten door lage
buxushagen. Er waren wat sierplanten, zoals tulpen, en kunstig geknipte (buxus)boompjes. Beelden, vazen of fonteinen stonden op
kruisingen van paden. Gekleurde steentjes of schelpen in de perken gaven kleur aan de tuin.
Landschapstuin
In de negentiende eeuw raakte in Amsterdam de landschapstuin in zwang. De tuin met formele aanleg maakte plaats voor de meer
speelse tuin. Een wandeling door zo'n tuin voerde over slingerende paden langs gazons, organisch gevormde bloemperken, bloeiende
struiken en groepen bomen. De tuin was als een klein landschap in de stad.
amsterdam nl kunst en cultuur