De geschiedenis van het ontstaan van het tegenwoordige huis, alsmede enige bijzonderheden van degenen die in de loop der
eeuwen op deze plaats woonden en werkten.

De gouden eeuw viel in Haarlem vroeg. Rond van 1570 14 duizend  tot  1622 was het inwonerstal verdubbeld naar 39   /40.
000. Dit kwam vooral door de toestroom van Zuid-Nederlandse orthodox protestantse (calvinisten, lutherianen,
doopsgezinden, wederdopers)vluchtelingen. Dit waren veelal vaklieden uit de laken- en linnenindustrie waardoor de al
bestaande textielindustrie in haarlem een enorme impuls kreeg.  Dit zorgde voor een ongekende bloei en welvaart. Samen
met Leiden, Delft, Dordrecht, Amsterdam en Gouda  behoorde Haarlem in de 17de eeuw tot de grootste en belangrijkste
steden van het land.

In 1642 besloot het stadsbestuur,  in navolging van Leiden en Amsterdam, tot stadsuitbreiding. Hoewel deze "nieuwe uitleg"
eigenlijk niet echt nodig was.


Buiten de stadsmuren werden illegaal huizen gebouwd en tuinderijen aangelegd.  Dit was een doorn in het oog van het
stadsbestuur de vroedschap, omdat er weinig controle was over wat er buiten de stadsmuren gebeurde en omdat er geen
stedelijke belasting over werd betaald. In 1642 werd besloten de stad naar het noorden (waar de meeste illegale bebouwing
was) uit te breiden. Er werden (een architect) en twee landmeters (Pieter Post en Pieter Wils) aangesteld om ieder een plan te
ontwerpen.

Salomon de Bray, kunstschilder en stadsbouwmeester, diende op eigen initiatief in 1643 ook een zeer groots opgezet plan in.
Hij had als het ware met een passer, waarvan de punt in de Bavokerk stond, een grote circel om de stad getrokken en daar
een regelmatige 16 hoek van gemaakt met op de uiteinden 16 bastions of ook wel Bolwerken.

Het bestond uit een regelmatige zestienhoek rond de oude stad, met de Bavokerk als middelpunt. Alle stadsmuren zouden
worden gesloopt,  daarvoor in de plaats  kwamen er, volgens de nieuwste militaire inzichten, aarde wallen met stadswal
vestingwerken een verdedigingslinie met 16 bastions (met hun punten vooruit sprongen=bolwerk)of bolwerken. (een
uitstulping in de stadsmuur om flankerend vuur te kunnen geven bij een aanval.)

Alle ingediende plannen hadden een ding gemeen. Er kwam een strak geometrisch stratenpatroon, waarbij geen rekening
gehouden werd met al bestaande bebouwing, wegen en sloten. Dit alles onder invloed van het in 1600 in Italie ontwikkelde
theoretische model van de 'ideale stad'. Dit zou later bij de uiteindelijke uitvoering nog tot veel
moeilijkheden en vertragingen leiden met eigenaren van al bestaande bebouwing.


Ondertussen was de realiteit de plannen van het stadsbestuur  aan het inhalen. Het werd in
 snel tempo economisch en
cultureel overvleugeld door een explosief groeiend Amsterdam. Al in 1622 had Amsterdam 104.000 inwoners. Alles en
iedereen in Haarlem die wat wilde betekenen in de wereld verhuisde naar de grote stad. Tot overmaat van ramp begon de
textielindustrie in te zakken. Haarlem verarmde, er was werkeloosheid en het bevolkingsaantal  nam gestaag af.


De Bray zag hierin juist argumenten om zijn plan door te zetten. Het zou een impuls zijn voor de werkgelegenheid en veel  
mensen aantrekken om zich hier te vestigen, vanwege de schoonheid van de stad, de gunstige ligging en de frisse lucht. Dit
laatste speciaal bedoeld voor welgestelden Amsterdammers die zomers de niet te harden stank in hun stad wilde ontvluchten.
Speciaal voor deze allerrijkste nieuwkomers zouden twee "ciergrachten" worden aangelegd.

De Bray stierf in 1664. Er werd een nieuwe landmeter aangesteld, Erasmus den Otter. Pas in 1671 werd eindelijk tot een
nieuwe uitleg besloten. Het bestond uit de Bray's plan, maar dan sterk vereenvoudigd en alleen ten noorden van de stad
uitgevoerd.

Als eerste werd 1672(-1691) begonnen aan de nieuwe stadswal met acht bolwerken, 600 meter noordelijk van de oude
stadsmuur. In 1674 volgde het stratenplan. De nieuwe uitleg, ook wel "Nieuwstad" genaamd, werd verdeeld in vakken
evenwijdig aan de oude stadsmuur,dus van west naar oost, maar de eeuwenoude uitvals wegen richting noord, de Jansweg
en de Kruisweg, bleven ongewijzigd. hoofdwegen.

In 1685 waren de wallen voltooid. Er was een nieuwe stadspoort, de Kennemerpoort of ook wel, heel toepasselijk, Nieuwpoort,
(1677) en de oude stadsmuur kon nu worden afgebroken en de singelgracht gedempd(1676). Vanwege geldgebrek bleven de
twee oude stadspoorten, de Jans- en de Kruispoort, nog geruime tijd  staan. (Janspoort 1686, Kruispoort 1683)  Het laatste
stukje stadsmuur, aan de westkant, werd pas een eeuw later afgebroken, in 1873.

De twee 'ciergrachten', uitdrukkelijk niet bestemd voor werkverkeer over het water, waren in 1695 klaar.
De eerste gracht zou  "Heerengracht" gaan heten, maar werd al snel in de volksmond "Nieuwe Gracht".  Dit in tegenstelling
tot de Stadsgracht die nu de "Oude Gracht" werd. De tweede siergracht  kreeg nogal fantasieloos de naam 'Nieuwe
Achtergracht".
nieuwe gracht tussen 1674 en 1675 gegraven en aangelegd. noordelijke stadsmuur in 1675 afgebroken en oude singelgracht
gedempt. Aan de zuidzijde Nieuwe gracht, tussen Jansstraat en Kruisstraat was de rooilijn teruggelegd, waardoor het karakter
ontstond van een boomrijk plein of marktveld. Hier de varkensmarkt? 1686 twee kavels vanaf hoek Kruisstraat voor het
Kleermakersgilde. Hoekkavel 1687bebouwd. 1688 Romeyn de Hooghe verzoekt om drie kavels naast Kleermakersgilde.
jaarversl etc 2002


7 januari 1675 aanbesteding afbraak noordelijke stadsmuur aan de binnenzijde van de aarden wal en egaliseren c.q.
dichtgooien van de oude stadsvest met het resterende puin en met grond. nu kon er een begin gemaakt worden met de
bebouwing van het gebied tussen de oude stad en de Nieuwstad. maar niet de percelen langs de nieuwe  grachten, maar die
langs de verlengden van de Jansstraat en de Kruisstraat bleken het meest in trek.

Erasmus den Otter, met Salomon de Bray en Andries van der Walle.







Ondertussen beleefde in het rampjaar 1672, toen de ‘Hollandse Oorlog’ (1672-1678) tussen de Republiek aan de ene kant en
Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen aan de andere kant uitbrak.





Toch werd, in navolging van Leiden en Amsterdam, in 1646 besloten de stad uit te breiden.  
Alleen de noordelijke stadsmuur tussen de pijntoren en de pijntoren zou worden afgebroken en de bijbehorende singelgracht
gedempt. 600 meter noordelijker kwam een nieuwe verdedigingslinie: de Bolwerken.
Volgens de mode van de tijd kwam er in de nieuwe uitleg, of "Nieuwstad", zoals het gebied al snel werd genoemd,  een strak
stratenplan. Om de welgestelden aan te trekken zouden er twee "siergrachten" komen. Deze grachten waren uitdrukkelijk niet
bestemd voor werkverkeer over het water. De grachten kwamen parallel te liggen aan de te dempen singelgracht. De eerste
gracht zou de "Heerengracht" gaan heten.  De tweede gracht werd al snel nogal  fantasieloos de "Achtergracht"of "Nieuwe
Achtergracht".
In 1667 werd begonnen met de uitvoering. Als eerste werden de Bolwerken aangelegd, de singelgracht gedempt en
begonnen met het stratenplan. De aanleg ging uiterst langzaam.  Niet alleen vanwege de oorlogsschermutselingen in binnen-
en buitenland, maar vooral door geldgebrek en moeizame onderhandelingen met eigenaren van al bestaande bebouwing.
Omstreeks 1870 bloeide in Haarlem de economie weer op. Veel nieuwe bedrijven vestigde zich in de stad. De werkgelegenheid groeide snel en er was veel behoefde aan woningen. Het aantal inwoners
tussen 1870 en 1900 groeiden van 31.000 naar ca. 65.000 mensen.